Harde taal Trump en Netanyahu leidt af; blijf de grote lijnen zien
In dit artikel:
Na zes weken oorlog is de aanvankelijke optimistische inschatting gekanteld: waar Israël en Amerika aanvankelijk het voordeel van de twijfel kregen, is het sentiment negatiever geworden. Iran kreeg militair klappen maar reageerde met minder zichtbare, strategische middelen: aanvallen op Golfstaten waar Amerikaanse bases staan en vooral de gedeeltelijke afsluiting van de Straat van Hormuz. Die blokkade trof de wereldolievoorziening en dreef prijzen op, waarmee Iran juist de economische kwetsbaarheid van president Trump raakte.
Trump reageerde nerveus: hij drukte zijn Europese bondgenoten verwijtend op de huid omdat ze niet wilden meedoen, maar Europese leiders wachten deels omdat de gevolgen van verdere escalatie ook hun kiezers economisch zouden raken. Militair ingrijpen om de zeestraat open te breken zou mogelijk kunnen, maar zou een langdurige oorlog betekenen die Trump wil vermijden. In plaats daarvan koos hij voor harde, overdadige retoriek richting Teheran — een communicatiestijl die analisten scherp bekritiseren, maar die volgens het Internationaal Gerechtshof nog een belangrijk onderscheid laat tussen bedreiging van een regime en aanzetten tot genocide.
Premier Netanyahu gebruikt vergelijkbare harde taal en ziet geweld vaak als oplossing; ook hij legt verbanden tussen acties tegen Hezbollah en de verwoestingen in Gaza. Die felle politieke communicatie wekt veel verzet en afkeer, wat het risico met zich meebrengt dat critici zich vooral richten op de handelwijze van Trump en Netanyahu en daardoor de diepere oorzaken uit het oog verliezen.
De auteur waarschuwt dat de grondoorzaak van het conflict niet vergeten mag worden: de vijandigheid van het Iraanse regime tegenover Israël en de rol van Hezbollah — die de oorlog in Libanon heeft verdiept door zich opnieuw te mengen — zijn bepalend. Zowel Iran als Hezbollah tonen weinig aandacht voor het belang van hun eigen bevolking, en dat moet centraal blijven staan bij de beoordeling van deze crisis.
(Noot: de auteur is onderzoeker Israël en het Midden-Oosten bij het CIDI.)