Harde aanpak glazenwassers door Zaanse burgemeester Jan Hamming berust 'op juridisch drijfzand'
In dit artikel:
Burgemeester Jan Hamming van Zaanstad voert sinds 1 juli 2024 een strenge vergunningplicht voor glazenwassers in, met name gericht op ondernemingen uit Zaandam-Oost. De gemeente eist een exploitatievergunning voor iedereen die beroepsmatig ramen lapt in Zaanstad; wie zijn bedrijf in Zaandam-Oost vestigt moet bovendien een aparte vestigingsvergunning hebben, ook als hij buiten Zaanstad werkt. Hamming rechtvaardigt de maatregel met de stelling dat bepaalde criminele netwerken – met name uit Turkse gemeenschappen in wijken als Poelenburg en Peldersveld — de branche zouden gebruiken voor oplichting, geweld, zwartwerk en fraude.
De handhaving is ingrijpend: gemeentelijke handhavers achtervolgden en controleerden glazenwassers door het hele land, voerden adrescontroles uit en bezochten woningen van betrokkenen. Bedrijven zonder zichtbare vergunning kregen hoge last onder dwangsom opgelegd — in gesprekken met betrokkenen werd genoemd dat de dwangsom bij geconstateerde overtreding startte op 20.000 euro en bij herhaling kon verdubbelen. Volgens enkele glazenwassers leidde de druk ertoe dat zij hun activiteiten staakten, en ze ervaren het verkrijgen van een vergunning in de praktijk als vrijwel onmogelijk.
Onderzoek van het programma Pointer (KRO-NCRV), voortbouwend op eerdere berichtgeving van Follow the Money en De Orkaan, concludeert dat deze aanpak juridisch zwak staat. Bestuursrechtjuristen en hoogleraren wijzen erop dat de Zaanse Algemene Plaatselijke Verordening (APV) de burgemeester niet de bevoegdheid geeft om vestigingsverboden op te leggen voor een branche. De APV maakt wel ruimte voor een exploitatievergunning als bedrijfsactiviteiten de leefbaarheid aantasten of er signalen zijn van ondermijning, maar het expliciet verbieden van vestiging in een stadsdeel valt niet binnen die grondslag. Emeritus-hoogleraar Jon Schilder noemt het inbreuk op de wettelijke procedure: een vergunningplicht moet via de APV worden geregeld, niet eenzijdig door de burgemeester worden opgelegd. Ook wordt bekritiseerd dat Zaanstad handhaaft buiten haar eigen grenzen — een gemeente kan haar APV niet zomaar op andere gemeenten laten gelden, aldus hoogleraar Jan Brouwer.
De gemeente stelt dat extern juridisch advies bevestigt dat artikel 2:40b van de APV toereikend is en dat zij rechtmatig handelt; Hamming zegt: “Wij hebben ons huiswerk goed gedaan…” Zaanstad legt sinds juli 2024 aan 44 glazenwassers een last onder dwangsom op; enkele bezwaarprocedures zijn door de gemeente afgewezen, maar belanghebbenden kunnen de gang naar de rechter maken. Juristen verwachten dat een rechter zal oordelen dat de grondslag ontbreekt, zodat veel van de genomen maatregelen mogelijk onrechtmatig blijken.
De zaak raakt bredere thema’s: rechtsstatelijke grenzen van gemeentelijk ingrijpen, profilering van groepen, en de spanning tussen bestrijding van ondermijning en individuele rechtsbescherming. Pointer wijdde aan de kwestie een uitzending op 5 februari.