Handelsverbod met Israëlische nederzettingen vanaf najaar, Israël Producten Centrum spreekt van „symboolpolitiek"
In dit artikel:
Nederland voert vanaf 22 september een verbod in op de handel in goederen en diensten uit Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogvlakte. Minister Tom Berendsen meldde de maatregel dinsdag aan de Tweede Kamer, nadat de ministerraad er in mei al mee had ingestemd. De Raad van State heeft geen principiële bezwaren, al zette zij wel vraagtekens bij de handhaafbaarheid. Volgens het kabinet zijn de nederzettingen in de bezette gebieden onrechtmatig en wil Nederland daarmee voldoen aan zijn internationale verplichting om niet bij te dragen aan die situatie. De regering zegt zich al langer zorgen te maken over de groei van de nederzettingen en het geweld van kolonisten, omdat die een tweestatenoplossing verder uit beeld brengen.
Het Israël Producten Centrum (IPC) in Nijkerk, gelieerd aan Christenen voor Israël, reageert teleurgesteld. Directeur Pieter van Oordt zegt dat het centrum daardoor vooral geen wijn en andere producten meer uit de betrokken nederzettingen kan inkopen en bestaande leveranciersrelaties moet beëindigen. Hij noemt een fabriek in Ariel, waar volgens hem 180 Palestijnse werknemers werken onder Israëlische arbeidsvoorwaarden, een vredesproject dat nu niet langer gesteund kan worden. Het verbod kost IPC naar eigen schatting ongeveer 3 procent omzet, maar leidt volgens Van Oordt niet tot faillissementsgevaar. Hij vindt de maatregel symboolpolitiek, terwijl een EU-brede aanpak volgens hem en het kabinet politiek niet haalbaar is; landen als België, Spanje en Ierland gingen Nederland al voor met nationale sancties.
De Oranjezomer: Victor Vlam: 'Het zou te gek voor woorden zijn als dat geluid niet meer te horen is bij de NPO'