Han de Jong: afzien van fossiele energie is een illusie
In dit artikel:
Al bijna drie maanden belemmert een vrijwel afgesloten Straat van Hormuz de scheepvaart, waardoor belangrijke olie- en gasstromen uit het Midden-Oosten niet doorkomen. Dat drijft de olieprijs op van ongeveer 65 naar circa 100 dollar per vat; ook gas wordt duurder, zij het minder scherp. Als reactie roepen veel Nederlandse politici op om de energietransitie te versnellen. Volgens Han de Jong, oud-hoofdecono om van ABN Amro, is dat echter een weinig zinvolle reflex.
De Jong schetst de achtergronden: twintig jaar terug waren de VS en Europa nog grotendeels zelfvoorzienend in olie en gas. Sindsdien koos de VS actief voor exploratie en fracking, waardoor het land nu min of meer onafhankelijk is en zelfs grote hoeveelheden LNG produceert voor export — waar Europa nu dankbaar gebruik van maakt. Europa koos veelal tegen fracking en remde exploratie, waardoor de Europese oliezelfvoorziening is teruggelopen tot ongeveer 20 procent. Die afhankelijkheid is dus het resultaat van twee decennia beleid.
Versnellen van de transitie zou op korte termijn weinig helpen, betoogt De Jong. Fossiele brandstoffen dekken nog ruim 80 procent van de energiebehoefte; zon en wind leveren circa 15 procent en zijn niet op korte termijn zo opschaalbaar dat importafhankelijkheid snel afneemt. Bovendien blokkeert netcongestie snellere elektrificatie: woningen en bedrijven wachten al op aansluiting. Tot slot waarschuwt hij voor economische gevolgen: landen met veel zonne- en windstroom kennen doorgaans hogere stroomprijzen.
Concluderend pleit De Jong ervoor de binnenlandse fossiele productie te versterken als de afhankelijkheid echt verminderd moet worden, en zelfs de energietransitie te vertragen om de concurrentiepositie niet te schaden.