Hamas-prominent gaat vrijuit bij Nederlandse rechter wegens ambtelijke blunder

donderdag, 28 mei 2026 (09:12) - NieuwRechts.nl

In dit artikel:

De Rotterdamse rechtbank heeft Gaza-activist Amin Abou Rashed grotendeels vrijgesproken van de beschuldigingen dat hij Hamas zou hebben gefinancierd. Justitie had drie jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist, maar de rechter vond onvoldoende strafrechtelijk bewijs dat geld van hem of zijn voormalige stichting rechtstreeks naar Hamas is geleid. Abou Rashed, bijgenaamd “Abou Eenarm”, krijgt wel een voorwaardelijke straf van zes maanden omdat de rechtbank oordeelde dat hij opzettelijk sanctiewetgeving probeerde te omzeilen om geld naar Gaza te krijgen.

Een beslissende zwakke plek in het OM-dossier bleek een bestuurlijke fout rond de stichting Al Aqsa. Het OM ging uit van een verbod op die stichting, maar na 2014 was Al Aqsa tijdelijk van de sanctielijst gehaald om zichzelf te kunnen ontbinden en is daarna niet opnieuw geplaatst. De rechtbank concludeerde dat die nalatigheid ertoe leidde dat het belangrijkste juridische fundament voor een straf wegviel.

Het openbaar ministerie zette in op foto’s, ontmoetingen en uitspraken die Abou Rashed binnen pro-Palestijnse en Hamas-gerelateerde kringen zouden plaatsen: hij was zichtbaar op bijeenkomsten, droeg attributen die sympathie voor Hamas suggereerden en had een vip‑pas bij een grootschalige jubileumviering van Hamas. Ook verwees het OM naar AIVD-inlichtingen die volgens de dienst een link legden tussen fondsstromen en Hamas. De rechtbank stelde echter dat zulke inlichtingen niet zonder meer als strafrechtelijk bewijs kunnen dienen en dat het deskundigenonderzoek te sterk leunde op mediabronnen en buitenlandse inlichtingen.

Abou Rashed zamelde volgens het dossier ongeveer 8,5 miljoen euro in voor Gaza en heeft steeds volgehouden dat die gelden bestemd waren voor humanitaire hulp aan weeskinderen en straatkinderen. De rechters vinden dat zijn zorgen om Palestijnse slachtoffers oprecht leken, maar zagen geen onomstotelijke aanwijzingen dat hij of zijn organisatie formeel deel uitmaakten van Hamas of dat het geld onomstotelijk bij de organisatie terechtkwam.

De uitspraak maakt duidelijk dat sympathie voor of contacten met een gewelddadige organisatie niet automatisch gelijkstaan aan strafbare deelname of financiering; daarvoor is zwaarder, juridisch toelaatbaar bewijs nodig. Tegelijk erkende de rechtbank dat Abou Rashed bewust routes zocht om sancties te omzeilen en telkens nieuwe wegen insloeg zodra eerdere kanalen werden afgesloten — een gedraging die de rechter “ernstig” noemde maar waarop toch alleen een voorwaardelijke straf volgt.

De zaak illustreert ook een spanningsveld tussen inlichtingenbeelden en de bewijslast in strafzaken: waar diensten en onderzoekers een consistent beeld kunnen hebben op basis van geclassificeerde informatie, is dat in de rechtszaal vaak onvoldoende zonder aanvullend, juridisch toelaatbaar materiaal. Het oordeel van de rechtbank is daarmee een tegenvaller voor het OM, dat Abou Rashed jarenlang als spil in een Europees netwerk rond Hamas zag.