Halsema en Aboutaleb moesten ieder op hun eigen manier strijden tegen vooroordelen

woensdag, 10 december 2025 (02:26) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Op 5 januari 2009 werd Ahmed Aboutaleb als burgemeester van Rotterdam geïnstalleerd te midden van vijandige spreekkoren en protestborden; fractievoorzitter Marco Pastors overhandigde hem tijdens de bijeenkomst symbolisch een gefrankeerde enveloppe om zijn Marokkaanse paspoort terug te sturen. In zijn net verschenen memoires Thuis beschrijft Aboutaleb hoe die gebeurtenis hem raakte maar ook vastberadener maakte om het ambt te vervullen. Zijn boek vertelt niet alleen over dat incident, maar geeft een levensschets van de zoon van een imam uit het Rifgebergte die via journalistiek en ambtenarij uitgroeide tot wat velen een ‘modelimmigrant’ noemen. De memoires zijn persoonlijk van toon en leggen uit hoe zijn achtergrond en islamitische identiteit vaak onderwerp van botte reacties waren in de stad. Aboutaleb neemt geen blad voor de mond in zijn kritiek op extremisme en legt uit waarom hij harde woorden gebruikte tegen moslims die sympathie betuigden voor terreuruitingen, maar de recensent mist in zijn relaas diepere reflectie op de complexe uitdagingen van een superdiverse stad met meer dan 170 nationaliteiten.

Femke Halsema’s burgemeesterschap van Amsterdam wordt in een recent portret van Parool-journalisten David Hielkema en Tim Wagemakers vanuit een observerende hoek gevolgd. Halsema, in 2018 benoemd als de eerste vrouwelijke burgemeester van de hoofdstad, kreeg bij haar aantreden te maken met een felle tegenstroom: petitieacties, grove intimidaties op sociale media en verwijten van elitair gedrag en gebrek aan bestuurlijke ervaring. Haar voorbereiding op de sollicitatie verliep methodisch; een klankbordgroep onder de naam Voorwaarts! speelde een belangrijke rol bij haar selectie en campagne. Het boek van Hielkema en Wagemakers is zorgvuldig chronologisch opgebouwd en documenteert de talrijke controverses, rellen en bestuurlijke keuzes tijdens haar ambtstermijn, maar blijft journalistiek en op enige afstand, waarbij de auteurs hun sympathie niet verbergen en concluderen dat Halsema los van partijpolitiek haar eigen stempel op het ambt heeft gezet.

Beide publicaties tonen burgemeesters die zich staande hielden tegenover publieke vijandigheid en negatieve beeldvorming — en roepen tegelijk een vraag op over de aantrekkelijkheid van het ambt: wie wil nog burgemeester worden gezien de combinatie van persoonlijk verbale aanvallen en hoge bestuurlijke eisen? Waar Aboutalebs memoires vooral de meerwaarde van een intieme, reflectieve blik laten zien, bieden Hielkema en Wagemakers een breed gedocumenteerd, zij het vlakker, portret dat goed uitlegt hoe Halsema haar positie heeft opgebouwd en verdedigd. De conclusie van de recensent is dat persoonlijke getuigenissen, zoals die van Aboutaleb, onmisbare aanvullende inzichten geven bij het begrijpen van de politieke en sociale spanningen rond hedendaagse stadsbestuurders.