Half Drenthe kan roeken missen als kiespijn, maar waarom mogen sommige nesten wel verplaatst worden en anderen niet?

woensdag, 29 april 2026 (11:59) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

In meerdere Drentse plaatsen — onder andere Emmen (wijk Angelslo), Nieuw-Buinen, Assen en Eelde — klagen bewoners al jaren over hinder van grote roekenkolonies in straatbomen: uitwerpselen vervuilen stoepen, speelplaatsen en auto’s en het gescharrel en gekwetter begint bij zonsopgang en kan de hele dag aanhouden. Buurtbewoners ervaren gezondheids- en leefbaarheidsproblemen; in Emmen matte de gemeente geluidniveaus tot circa 60 decibel. Bewoners als Bé Timmer en Bertus Struik zeggen het zat te zijn: “Het zijn onze vrienden niet. We willen ze zo snel mogelijk weghebben.”

De kern van het bestuurlijke probleem is dat de roek een beschermde soort is. Verplaatsen van nesten mag, maar alleen als er geen eieren of jongen in zitten en nadat de provincie Drenthe een ontheffing verleent op grond van de Omgevingswet. De provincie weegt die verzoeken af tegen de plicht tot behoud van een “gunstige staat van instandhouding”: er moet altijd een alternatief broedgebied worden gegarandeerd. Daarom kreeg Emmen dit jaar geen toestemming om nesten te verplaatsen, terwijl Assen eerder wel ontheffing kreeg en met succes kolonies uit woonwijken naar locaties langs de buitenring verplaatste.

Tien Drentse gemeenten stuurden in november 2025 een brandbrief aan de provincie met het verzoek om duidelijkere, meer geharmoniseerde criteria en om ruimere bevoegdheden — bijvoorbeeld een vergunning die voor een hele gemeente geldt in plaats van per locatie. De provincie vraagt eerst gedegen cijfers en laat Sovon Vogelonderzoek Nederland tellen; de inventarisatie moet rond de zomer klaar zijn. Provinciewoordvoerder Jan van der Veen zegt dat solide data nodig zijn om eventuele versoepelingen te onderbouwen en juridisch te kunnen verdedigen tegen mogelijke bezwaarprocedures.

Niet iedereen is het eens met die onderzoeksaanpak. Bioloog en roekenexpert Diederik van Liere noemt precieze tellingen praktisch onmogelijk en pleit juist voor actiever provinciaal beleid: het faciliteren van alternatieve boomsoorten en locaties in het buitengebied en samenwerking met grondgebruikers (boeren) om dieren te verplaatsen en landbouwschade te beperken. Hij stelt dat Friesland gemeenten meer ruimte geeft en dat Drenthe daarvan kan leren.

De politieke discussie blijft breder: de Partij voor de Dieren vraagt om meer voorlichting en educatie om het draagvlak voor roeken te vergroten, en wil weten hoeveel mensen echt overlast ervaren. Totdat de tellingen en beleidsafwegingen zijn afgerond blijven gemeenten, provincie, experts en bewoners in Drenthe met elkaar in debat over hoe een beschermde vogel en leefbare woonwijken samen kunnen bestaan.