Half-anonieme schrijfster Stedman levert epische roman over verlies en veerkracht in de Australische outback af
In dit artikel:
M.L. Stedman keert bijna tien jaar na de verfilming van haar debuut Het licht tussen de zee terug met de epische roman Een leven zo ver, gesitueerd in 1958 in de afgelegen outback van West‑Australië. Een ongeluk met een vrachtwagen verwoest in luttele seconden het bestaan van de familie MacBride; alleen zoon Matthew overleeft, maar met ernstig beschadigd geheugen. Hij probeert het gewone leven op de schapenboerderij met zijn moeder en zus voort te zetten, totdat opnieuw een tragedie het gezin treft.
Stedman, een voormalige advocate die tegenwoordig in Londen woont, houdt haar privéleven bewust afgeschermd: ze gebruikt alleen haar initialen en weigert fotosessies omdat ze “niet tussen de lezer en het verhaal” wil komen te staan. Voor de roman deed ze intensieve research in de Australische outback, bezocht enorme ranches — sommige tot een miljoen hectare groot, ongeveer een kwart van Nederland — en sprak onder meer met een kangoeroejager. Die ontmoetingen inspireerden de toevoeging van een bijfiguur, Pete, een mysterieuze maar warme man die Matthew leert het leven “één dag tegelijk” te nemen.
Thematisch draait de roman om geheugen en vergetelheid, de offers die mensen brengen om naasten te beschermen, en de vraag of het soms een zegen is dat ons brein niet alles bewaart. Stedman belooft daarmee een intiem maar ruim opgezet verhaal over verlies, veerkracht en het dagelijks bijten in het leven.