Haïti na orkaan Melissa: waar overheid afwezig is, bouwen kerken weer op
In dit artikel:
In oktober 2025 werd zuid-Haïti opnieuw geteisterd door orkaan Melissa: in minder dan 24 uur vielen op 27 en 28 oktober honderden millimeters regen, waardoor modderstromen dorpen verwoestten, wegen wegspoelden en 43 mensen om het leven kwamen. Het zwaarst getroffen waren plaatsen rond Les Cayes, Camp‑Perrin, Petit‑Goâve en de kuststrook tussen Les Cayes en Jacmel; 90% van de landbouwoogst raakte verloren, circa 16.000 mensen raakten ontheemd en wegen en bruggen blijven maanden later nog steeds beschadigd.
De ramp maakte weer zichtbaar waarom Haïti zo kwetsbaar is: het eiland ligt in de orkane‑gordel en op actieve breuklijnen, maar de verwoestende impact wordt sterk vergroot door bijna volledige ontbossing (bijna 98% verdwenen). Zonder bomen spoelt regenwater ongehinderd hellingen af en ontstaan razendsnelle modderstromen. Die natuurlijke factoren worden verergerd door een vrijwel afwezige overheid sinds de moord op president Jovenel Moïse in 2021: gebrek aan waarschuwingen, noodplannen en crisissturing betekent dat veel Haïtianen bij rampen op zichzelf aangewezen zijn.
In dorpen als Camp‑Perrin illustreert het persoonlijke lot de omvang van de nood: weduwe Mariette Beauzil kreeg met een lening een nieuw dak van goedkope golfplaten, maar leeft met haar kinderen in extreme hitte en voedselonzekerheid; soms gaat een hele dag zonder eten. Op grotere schaal leidde Melissa ook tot een heropleving van cholera, terwijl 70% van de bevolking geen veilig drinkwater heeft en circa 1,4 miljoen mensen in tijdelijke, slecht bestandige onderkomens verblijven.
Waar de staat faalt, nemen kerken en hulporganisaties het over. Nederlandse en internationale organisaties – verenigd in de Dutch Relief Alliance (CARE, Cordaid, Plan, Tearfund en World Vision) – kregen bijna 3 miljoen euro om de zwaarst geteelden te steunen. Het consortium en lokale partners bereikten tienduizenden mensen: cash‑transfers van ongeveer $192 per gezin aan 17.750 mensen, trainingen voor meer dan 40.000 mensen in hygiëne en cholerapreventie, en herstel van waterputten.
Tearfund werkt nauw samen met Haïtiaanse partners Fondasyon Chanje Lavi (FCL) en FOKA, die veel via lokale kerken opereren. Predikanten mobiliseren gemeenschappen, vormen zelfhulpgroepen en ontvangen startkapitaal waarmee ze gezamenlijk herstelprojecten uitvoeren. Die ‘vissers‑leren‑vissen’ aanpak vergroot zelfredzaamheid en leverde volgens onderzoek sterke sociale rendementen op. Voorbeelden uit het veld tonen solidariteit: kerkgemeenten stuurden voedsel en geld, predikanten gebruikten netwerken om waarschuwingen te verspreiden en nadien hygiënecampagnes te organiseren.
Toch blijven de beperkingen groot. Hulpinitiatieven vergroten lokaal weerbaarheid, maar structurele oplossingen ontbreken zolang bosbeheer, stabiel bestuur en investeringen in infrastructuur en waarschuwingssystemen niet worden aangepakt. Lokale hulpverleners noemen hun werk vaak een “druppel”, maar benadrukken dat die druppels gezamenlijk een verschil kunnen maken voor gemeenschappen die dagelijks strijden om te overleven.