Haarlem verruilen voor de Nieuwmarktbuurt: is dat wijs? 'De kinderen kunnen hier zo veel leren'
In dit artikel:
Evelien de Groot (41) en Jordy Mudde (42) ruilden hun ruime huis met tuin in Haarlem vorig jaar voor een appartement midden in Amsterdam, pal naast de Nieuwmarkt in de Lastagebuurt. Het gezin met drie jonge kinderen — Elin (geboren 2014), Abel (2016) en Sarah (2018) — woont sinds de zomer van 2025 in een voormalige drukkerij die in 2017 tot vier woningen is verbouwd. De straat is een doodlopend zijstraatje van de Geldersekade en is met een hek afgesloten, wat het gevoel geeft van ‘de lúwte van de drukte’.
Het paar heeft een lange relatie met de stad: Evelien verhuisde naar Amsterdam voor haar rechtenstudie, Jordy is een geboren Amsterdammer. Na samenwonen in De Pijp en een huurwoning met tuin bij het Oosterpark, vertrokken ze in 2017 naar Haarlem (Kleverpark) om meer ruimte en een eigen tuin te krijgen — een klassieke zet voor jonge gezinnen die Amsterdam te duur of te krap vinden. In Haarlem vonden ze een kindvriendelijke buurt, goede voorzieningen en rust; de kinderen konden uren buiten spelen en de ouders waardeerden het sociale vangnet van buren in dezelfde levensfase.
Toch bleef het verlangen naar Amsterdam bestaan. De treinrit van 17 minuten tussen Haarlem en Centraal zorgde ervoor dat ze regelmatig terugkeerden voor vrienden, cultuur en het stadsgevoel. Uiteindelijk werd tijdens de zomervakantie van 2024 besloten echt terug te zoeken naar een woning in de hoofdstad. Via Funda vonden ze in december 2024 hun huidige woning voor een prijs die vergelijkbaar was met de verkoop van hun huis in Haarlem. Hoewel de woonoppervlakte iets kleiner werd en ze geen tuin meer hebben, vonden ze dat geen groot gemis; de kinderen hebben ieder een eigen slaapkamer en het stadsleven bood voor hen meer waarde.
De verhuizing vroeg aanpassingen: Elin, die groep 8 doorliep, vond het moeilijker omdat ze haar afscheidsrituelen en schooljaar wilde afmaken. Als compromis maakt zij haar basisschooljaar in Haarlem af en reist dagelijks met de trein naar school; dat ritueel is volgens de ouders ook een groeiervaring. De jongere kinderen pasten zich snel aan: ze werden snel opgenomen in nieuwe klassen en vonden sportclubs. Voor de ouders betekent terug naar het centrum ook dat de kinderen meer zelfstandigheid en een andere speelomgeving krijgen — van spelen op straat naar avonturen in grachten en op boten.
Jordy en Evelien noemen praktische nadelen als woonruimte en het loslaten van de tuin, maar benadrukken dat het stadsgevoel zwaarder woog. Jordy noemt het geluid van toeristen en rollende koffertjes nu als iets dat hij waardeert; Evelien ervaart dagelijks geluksmomenten tijdens het fietsen door de stad. Ze vinden ook dat het centrum geschikt kan zijn om kinderen op te laten groeien: er zijn in hun buurt verrassend veel kinderen en veel kansen voor ontmoeting en ontdekking.
Achtergrond: de reportage van Hans van der Beek (Het Parool) schetst een herkenbaar patroon voor veel Amsterdammers — vertrek naar de suburbane rust in de kinderjaren en een later terugkeer gedreven door emotionele binding met de stad en de kansen die die biedt voor het gezinsleven.