Haalt Memphis Depay het WK? Arjen Robben en zijn race tegen de klok in 2010. 'Zonder pijn geen genezing'

woensdag, 27 mei 2026 (12:28) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Op 5 juni 2010 liep Arjen Robben tijdens de laatste oefenwedstrijd voor het WK in de Amsterdam ArenA tegen Hongarije een hamstringblessure op: kort na zijn fraaie doelpunt greep hij naar zijn linkerachterbeen en viel de Arena stil. De eerste diagnose in het Erasmus MC wees op een spierscheur, maar bondscoach Bert van Marwijk besloot geen vervanger op te roepen en Robben alle kans te geven alsnog te herstellen en later bij de ploeg in te stromen. De keuze was een bewuste gok: zelfs niet helemaal fit was Robben nog steeds een van de grootste wapens van Oranje.

Robben schakelde de Rotterdamse fysiotherapeut Dick van Toorn in, een omstreden maar beruchte behandelaar die in zijn lange carrière veel grote Nederlandse spelers had behandeld. Van Toorns aanpak was radicaal en pijnlijk: intensieve rekoefeningen en scherpe behandelsessies in wat zijn behandelruimte de ‘martelkamer’ werd genoemd. Het herstelproces verliep in snel tempo; Robben trainde meerdere malen per dag bij Van Toorn en vertrok na vijf dagen naar Johannesburg om zich daar op 12 juni bij de selectie te melden.

Van Marwijks plan werkte grotendeels: Robben miste de eerste WK-wedstrijd (14 juni tegen Denemarken), maar kon in de laatste groepswedstrijd tegen Kameroen (24 juni) terugkeren als invaller en had meteen impact — een schot op de paal leidde tot de beslissende treffer van Klaas-Jan Huntelaar. In de knock-outfase groeide Robben uit tot één van Oranjes meest bepalende spelers; hij scoorde in de achtste finales en in de halve finale tegen Uruguay en dreigde constant voor de verdedigingen van tegenstanders.

De WK-finale op 11 juli tegen Spanje werd echter de bittere apotheose van Robbens Zuid-Afrikaanse toernooi. In de 62e minuut leek hij vrij door te breken en een beslissende kans te hebben, maar doelman Iker Casillas redde bekwaam met zijn teen: wat voor Nederland een historisch moment had kunnen zijn, eindigde in een gemiste mogelijkheid. Spanje won uiteindelijk de finale; Van Marwijk en anderen zouden later gehoopt hebben dat een volledig fitte Robben het verschil had kunnen maken.

Na het WK ontstond discussie over de keuze om Robben zo snel te laten terugkeren. Bayern München en clubarts Hans-Wilhelm Müller-Wohlfahrt bekritiseerden Van Toorns behandeling en beweerden dat die mogelijk leidde tot een ernstiger spierscheuring, waardoor Robben maandenlang uit de roulatie raakte. Van Toorn zelf hield vol dat zijn methode juist effectief was. De controverse onderstreept de lastige afwegingen tussen clubbelangen, spelersgezondheid en nationale ambities wanneer een toernooi op het spel staat.

Het verhaal staat ook symbool voor de bereidheid van Robben en de staf om risico’s te nemen in het belang van Oranje: een pijnlijke, haast onorthodoxe therapie leidde tot een snelle terugkeer en een cruciale WK-rol, maar leverde ook langdurige discussie en spijt bij sommige betrokkenen op toen de blessure naderhand complexer bleek. Dick van Toorn overleed in 2013; zijn behandelingsmethoden en de rol die hij speelde rondom Robbens WK zijn sindsdien onderwerp van debat gebleven.