Haaksbergen organiseerde een referendum over een azc. Inwoners moesten drie vragen beantwoorden. Hoe liep dat af?
In dit artikel:
In Haaksbergen gingen inwoners woensdag naast de gemeenteraadsverkiezingen ook naar de stembus voor een raadgevend referendum over asielopvang — niet om te bepalen of 129 asielzoekers komen (dat staat vast door de spreidingswet), maar om aan te geven hoe en waar zij volgens bewoners het beste opgevangen kunnen worden. De gemeenteraad besloot tegen het advies van het college tot het referendum; de organisatie kostte circa 100.000 euro.
Een commissie van drie mannen (Kustaw Bessems, Frank Kerckhaert en hoogleraar René Torenvlied) kreeg de opdracht neutrale, heldere vragen te formuleren. Hun uitgangspunt was vermijden dat kiezers de indruk kregen dat de komst van de asielzoekers ter discussie stond; het ging uitsluitend om criteria voor locatie en inrichting. Omdat één vraag de complexiteit niet recht zou doen, stelden ze drie eenvoudige ja/nee-vragen op, met per vraag een korte toelichting en een apart blokje “wat betekent uw stem?” om duidelijk te maken hoe de raad de uitkomst kan gebruiken zonder kiezers te sturen. Ook is in de toelichting expliciet aangegeven dat men in Haaksbergen verschillend denkt over de kwestie, als uitnodiging om vrijuit te stemmen. De commissie weegt mee dat financiële consequenties verschillen: bijvoorbeeld betaalt het Rijk bij één locatie alle kosten, terwijl de gemeente bij twee locaties extra kosten kan hebben.
De opkomst voor het referendum overschreed de vereiste drempel van 40 procent: 10.575 van de 19.788 kiesgerechtigden (ongeveer 53 procent) vulden de vragen in. De uitslag liet een kleine meerderheid zien die opvang het liefst op één locatie wil, niet op plaatsen waar later woningbouw gepland is, en de voorkeur geeft aan een locatie binnen een drukbevolkt gebied boven buiten de bebouwde kom. Van de drie vragen werd de voorkeur voor een drukke (centraal gelegen) plek door kiezers als het belangrijkste criterium aangeduid; de gemeenteraad kan deze uitkomst meewegen bij verdere besluitvorming.
Er is een kleine verschillen tussen deelname aan de gemeenteraadsverkiezing (58,2 procent) en het referendum (53 procent). De commissie geeft aan dat de meeste gemeenteraadstemmers ook aan het referendum deelnamen; niet-stemmen kan verschillende motieven hebben, zoals protest tegen opvang, afkeer van het instrument referendum of vertrouwen dat de raad de kwestie zelf afhandelt. Het raadgevende karakter van het referendum betekent dat de definitieve besluitvorming bij de gemeenteraad ligt.