Haagse top-dj wil weer optreden onder iconische naam Dash Berlin, na winnen rechtszaak
In dit artikel:
Jeffrey Sutorius, jarenlang het gezicht van dance-act Dash Berlin, heeft in hoger beroep gewonnen tegen zijn voormalige zakenpartners Eelke Kalberg en Sebastiaan Molijn. Het gerechtshof Den Haag oordeelde recent dat Molijn en Kalberg aansprakelijk zijn voor een Amerikaanse belastingaanslag over 2017 (uiteindelijk ruim 177.000 dollar inclusief boetes en rente). Daardoor mocht Sutorius de licentievergoeding voor het eerste kwartaal van 2020 (ongeveer 81.000 euro) onbetaald houden; hij verloor die betaling niet terecht als verhaalmiddel. Het hof stelde dat hij ten onrechte in 2021 door de Haagse voorzieningenrechter gedwongen was de merkrechten op Dash Berlin terug te geven.
Kort overzicht van de voorgeschiedenis: Dash Berlin werd in 2007 opgericht door producers Molijn en Kalberg, die Sutorius als dj aantrokken. De act groeide uit tot internationaal succes, maar interne spanningen leidden in 2018 tot een breuk. Omdat Sutorius de merknaam niet in eigendom had, trad hij aanvankelijk onder zijn eigen naam op; in 2019 sloten partijen een licentieovereenkomst zodat hij weer als Dash Berlin kon optreden. Toen in 2020 de Amerikaanse belastingclaim verscheen, ontstond nieuwe ruzie: Sutorius zegt dat zijn ex-partners de aanslag zouden betalen; toen dat niet gebeurde liet hij op zijn beurt de licentievergoeding onbetaald. Molijn en Kalberg klaagden vervolgens de merknaam terug, met een rechterlijke uitspraak in 2021 tot gevolg die Sutorius het gebruik van de naam ontnam. Dat leidde onder meer tot beslagleggingen, dwangsommen en het aantrekken van een nieuwe dj die onder de naam Dash Berlin ging draaien; beide partijen zagen hun eerdere populariteit daardoor niet meer volledig terugkeren.
De advocaat van Sutorius verwacht dat de merkrechten nu teruggeven moeten worden en dat de belastingaanslag door de ex-partners betaald moet worden; er wordt aangedrongen op overleg, anders volgen mogelijk nieuwe procedures. Sutorius overweegt bovendien een schadeclaim voor de vier jaar dat hij de naam niet mocht gebruiken. Molijn en Kalberg reageerden niet op verzoeken om commentaar. Boekingsagenten en betrokkenen geven aan sinds 2021 deels uit de openbare discussie te blijven vanwege de complexiteit van het dossier.