Haagse taalpolitie: D66, VVD, JA21 en BBB willen dat minister Letschert de media een Spaanse spreekcode over vrouwenmoorden aanpraat

woensdag, 4 november 2026 (19:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

D66-Kamerlid Hanneke van der Werf wil dat minister Rianne Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met mediabedrijven overlegt over een vrijwillige mediacode voor berichtgeving over geweld tegen vrouwen. Aanleiding is volgens de NOS een bezoek aan Spanje, waar media geweld tegen vrouwen nadrukkelijk plaatsen in de context van genderongelijkheid. Een Kamermeerderheid van D66, VVD, PRO, SP, JA21 en BBB steunt het voorstel; het CDA staat niet in het genoemde rijtje.

Van der Werf vindt termen als ‘familiedrama’ misleidend, omdat die volgens haar onvoldoende duidelijk maken wie slachtoffer en wie dader is. De Spaanse aanpak vermijdt volgens de berichtgeving ook woorden als ‘overleden’ en presenteert geweld niet als een op zichzelf staand conflict tussen twee personen. De auteur ziet daarin echter een ideologisch kader dat journalisten al vóór het verzamelen en opschrijven van de feiten zou voorschrijven hoe zij een zaak moeten duiden.

Hoewel de code vrijwillig zou zijn, waarschuwt de auteur voor indirecte politieke druk. Letschert is verantwoordelijk voor het mediabeleid en de publieke omroep wordt via haar ministerie gefinancierd. Daardoor zou een gesprek over woordkeuze volgens het artikel minder vrijblijvend kunnen zijn dan voorstanders suggereren. De auteur plaatst het voorstel daarnaast in een bredere reeks overheidsinitiatieven die volgens hem burgers en journalisten willen sturen in hun denken en taalgebruik.

Als voorbeeld van wat volgens de auteur buiten beeld kan raken, wordt de moord op de 29-jarige Hajar in Amsterdam genoemd. Hoogleraar Marieke Liem zei bij Nieuwsuur op basis van voorlopige cijfers dat ongeveer de helft van de verdachten van moord een migratieachtergrond heeft, tegenover ongeveer een derde van de bevolking. Volgens de auteur kan dergelijke informatie verdwijnen wanneer geweld uitsluitend wordt verklaard vanuit genderongelijkheid. Ook verwijst het artikel naar CBS-cijfers over 2025: 65 mannen en 38 vrouwen werden vermoord; bij ongeveer de helft van de vrouwelijke slachtoffers was de (ex-)partner vermoedelijk de dader.

Het stuk benadrukt dat elke moord en elk geval van partnergeweld ernstig is, maar vindt dat journalisten niet gedwongen moeten worden elk incident uitsluitend als ‘man tegen vrouw’ te beschrijven. De auteur wijst erop dat H​​ajars familie vooral boos was op de politie, omdat die volgens hen niet snel genoeg reageerde op haar vermissing. Het artikel concludeert dat bescherming van vrouwen volgens de schrijver vooral moet beginnen bij sneller politieoptreden en effectieve aanpak van gewelddadige daders, niet bij een door de overheid beïnvloede woordenlijst. Redacties zouden zelf, met lezers en journalistieke toezichthouders, over passende formuleringen moeten discussiëren.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Mona Keijzer vol ongeloof over antwoord D66-Kamerlid over belasting op bloemen: 'Potverdikkie!'