Haagse ontgroening: nieuwe ministers hebben niet de luxe om eerst te wennen

zaterdag, 28 maart 2026 (19:31) - Het Parool

In dit artikel:

Ex-generaal Elanor Boekholt-O’Sullivan heeft de afgelopen weken een harde inwerkperiode in Den Haag doorgemaakt. Sinds haar aantreden als minister van Volkshuisvesting bleek hoe scherp de Haagse politiek elke woordkeuze weegt: bij een werkbezoek gaf ze een voorbeeld over douchemuntjes dat onjuist bleek en haar debatten verliepen aanvankelijk met veel hulp van ambtenaren. Dat leidde tot kritiek vanuit de Kamer en maakte duidelijk dat nieuwkomers uit de praktijk snel onder de loep liggen.

Boekholt-O’Sullivan is geen uitzondering: meerdere zogenaamde ‘ministers van buiten’ ervaren een snelle en vaak pijnlijke leercurve. Collega’s zoals Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken) benadrukken het onderlinge steungevoel binnen het kabinet, maar wijzen er ook op dat er geen opstarttijd is — de wereld- en binnenlandse crises vragen vanaf dag één topperformance. Anderen, zoals Rianne Letschert (Onderwijs), die eerder een universiteit leidde, noemen hun eerste maand deels als wittebroodsweken en deels als ontgroening: je moet niet alleen je departement én dossiers begrijpen, maar ook het functioneren van de Tweede Kamer en de medialogica.

Praktische voorbeelden tonen de druk: Letschert moest zich al kort na aantreden verantwoorden voor kwesties rond antisemitisme aan haar voormalige universiteit. Vooral nieuwkomers vragen actief om hulp en scholing; velen volgen mediatrainingen en debattrainingen om beter voorbereid te zijn op Kamervragen en camera’s. Wetenschapper-turned-minister Robbert Dijkgraaf sprak eerder over de verandering in publieke behandeling: waar hij vroeger ongestructureerd mocht praten in talkshows, ligt als bewindspersoon elk woord onder een kritisch vergrootglas.

Samengevat: ministers afkomstig uit het maatschappelijk veld worden publiekelijk welkom geheten, maar krijgen meteen te maken met strenge normen, scherpe media-aandacht en politiek-institutionele onbekendheid. Er is persoonlijke en collegiale steun, plus formele trainingen, maar het ontbreken van een ruime inwerkperiode maakt de overgang naar het Haagse speelveld voor veel nieuwkomers zwaar.