Haagse doofpot barst open: Defensie liegt glashard om slachtoffers Hawija-bloedbad niet te compenseren
In dit artikel:
Meer dan tien jaar na het Nederlandse bombardement op de Iraakse stad Hawija — waarbij naar schatting zeventig burgers om het leven kwamen — weigert Den Haag individuele schadevergoedingen aan nabestaanden uit te betalen. In januari reisde demissionair minister Ruben Brekelmans naar Irak, bood namens Nederland zijn excuses aan en maakte 10 miljoen euro vrij voor een algemeen wederopbouwfonds, maar sloeg een regeling voor individuele compensatie af met het argument dat er “niet genoeg informatie” beschikbaar zou zijn en dat lokale instanties geen gegevens hadden.
Nieuw onderzoek van Investico, BOOS en De Groene Amsterdammer weerlegt die bewering: in de provinciehoofdstad blijkt een officieel compensatiekantoor te bestaan dat wél over uitgebreide dossierinformatie van slachtoffers beschikt. Tevens hebben de Iraakse ngo Ashor, samen met de Universiteit Utrecht en Pax, jarenlang een gedetailleerd dossier samengesteld en die gegevens meermaals aan de Nederlandse overheid aangeboden. Volgens directeur Mohammed Al‑Bayati nam Defensie daar nooit contact over op.
Eerdere conclusies uit 2025 spelen een rol in het debat: een commissie oordeelde toen dat Defensie te eenzijdig vertrouwde op foutieve Amerikaanse inlichtingen, wat leidde tot de verwoesting van een woonwijk. Tegen die achtergrond beschouwen critici het nalaten om lokale dossiers te gebruiken als een bewuste methode om individuele uitkeringen te ontwijken. De huidige minister van Defensie, Dilan Yesilgöz, heeft inhoudelijk niet op de nieuwe onthullingen willen ingaan en stelde dat “de staat vrij is om te kiezen hoe slachtoffers worden gecompenseerd.”
Opvallend is dat voor andere — kleinere — bombardementen in Irak en Afghanistan wél individuele vergoedingen zijn uitgekeerd, wat vragen oproept over inconsistent beleid. De onderzoeksresultaten leggen niet alleen een beleidsmatig falen bloot, maar roepen ook ethische en juridische vragen op over verantwoordelijkheid en de plicht om slachtoffers van militaire acties te erkennen en te compenseren.