Gun asielzoeker een beker koud water

zaterdag, 2 mei 2026 (12:52) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De auteur reageert op kritiek dat het vergelijken van Jezus met een asielzoeker een anachronisme zou zijn en verdedigt die vergelijking als inhoudelijk verdedigbaar en theologisch relevant. Hij stelt dat het begrip ‘asiel’ veel ouder is dan de moderne term azc: al in de oudheid en in de kerkelijke traditie bestond het idee van een toevluchtsoord. Jozef, Maria en het kind Jezus vluchtten naar Egypte op zoek naar veiligheid; dat past binnen die langere historie van mensen die bescherming zoeken. Ook Calvijn staat in die traditie: Genève was in zijn tijd grotendeels een stad van vluchtelingen, Calvijn was zelf met een vluchtelinge getrouwd en hij gebruikte het begrip asylum meerdere keren in zijn commentaren. Voor hem hoorde zorg voor hongerigen, naakten, gevangenen en vreemdelingen bij christelijke en politieke plichten.

De auteur erkent dat afstand in tijd en context tussen Bijbelse gebeurtenissen en hedendaagse vluchtelingen bestaat, maar betoogt dat die afstand de morele aanspraak niet wegneemt. Waar critici zoals Bart Jan Spruyt benadrukken dat de overheid primair orde moet handhaven en massa-immigratie moet beperken — een standpunt dat deels steunt op de tweerijkenleer — wijst de schrijver erop dat Calvijn juist vond dat ook overheden verantwoordelijkheid dragen voor beide tafels van de wet, dus ook voor de zorg van vreemdelingen. Hij citeert hedendaagse calvinistische stemmen die pleiten voor trouw aan die reformatorische bronnen als leidraad in migratievraagstukken.

Op het punt van criminaliteit nuanceert de auteur: overlast moet hard worden aangepakt, maar asielzoekers vormen slechts een klein deel van de totale criminaliteit; de meeste misdrijven worden door niet-asielzoekers gepleegd. Tegelijkertijd zegt hij niet blindelings alle migratie of culturele veranderingen te accepteren — hij wil het publieke debat en de evangelische boodschap tegenover de groei van de islam plaatsen — maar benadrukt dat dit geen vrijbrief mag zijn om vluchtelingen in nood te negeren. Praktische gastvrijheid (bijvoorbeeld een simpel gebaar van hulp) wordt voorgesteld als concrete ethiek: zorg voor de naaste wordt gezien als zorg voor Christus zelf volgens de bijbelse traditie waarop Calvijn teruggrijpt.

Kortom: de vergelijking Jezus = asielzoeker is volgens de auteur geen louter anachronisme maar een theologisch-historische analogie met wortels in klassieke en kerkelijke opvattingen over asiel. Die analogie moet beleidskeuzes niet vervangen, maar wel het morele kompas vormen voor christenen en, naar Calvijns inzicht, ook voor overheden: gastvrijheid en bescherming zijn plichten naast het handhaven van orde.