GS ONDERZOEK. Diplomaat Turkije speelt centrale rol bij Islamitische Stichting Nederland en was vorige week aanwezig op hoofdkantoor

dinsdag, 10 maart 2026 (12:11) - GeenStijl

In dit artikel:

De Turkse religieattaché Ömer Özgül blijkt volgens onderzoek van GeenStijl een opvallend zichtbare en actieve rol te spelen binnen de Islamitische Stichting Nederland (ISN), hoewel ISN formeel beweert zelfstandig te opereren en geen diplomaten in het bestuur te hebben. Aanleiding was de vermoede belangenverstrengeling rond een door de ISN Academie gefinancierd onderzoek naar discriminatie onder moslimjongeren — dat onderzoek is ingetrokken en het ministerie van Sociale Zaken laat de uitkomsten onafhankelijk beoordelen. Dat roept de vraag op waarom het ministerie samenwerkt met een stichting die zo nauw met de Turkse diplomatie verbonden lijkt.

Historische context: al sinds minstens 2017 bestaat controverse over Turkse inmenging in ISN. Minister Asscher uitte toen bezorgdheid over diplomaten in leiding van de stichting; in 2018 ontstond ophef over een door Turkije beïnvloede preek in Hoorn; in 2019 nam de Tweede Kamer een motie aan om ongewenste politieke vermenging te voorkomen; en in 2020 behandelde een parlementaire commissie uitgebreid de vervlechting tussen ISN en de Turkse diplomatie. ISN stelde in juni 2020 dat de nieuwe organisatiestructuur geen bestuurders met diplomatieke of consulaire status meer kent. Formeel is Servet Tiryaki sinds 17 november 2024 voorzitter en de huidige bestuursleden lijken geen actieve diplomaten.

Toch toont GeenStijl‑onderzoek ander bewijs. Özgül, eind 2023 benoemd tot Adviseur Religieuze Zaken op de Turkse ambassade in Den Haag (de zogeheten müşavir), verschijnt consequent in Turks‑taalige Facebookposts van ISN en op foto’s bij talloze ISN‑bijeenkomsten—zowel in Nederland (iftars, moskeeopeningen, jeugdactiviteiten) als bij buitenlandse reizen en evenementen in onder meer Ankara, Straatsburg en door aardbevingsgebieden in Turkije. Op veel beelden staat hij prominent in het midden, vaker opvallender aanwezig dan de officiële ISN‑voorzitter. Bij bezoeken reisde hij mee met ISN‑delegaties en werd hij door aangesloten moskeeën soms expliciet als “onze müşavir” aangeduid. Ook zat hij recent nog aan tafel tijdens de Nationale Iftar met onder anderen Ahmed Marcouch; hij trad op bij bijeenkomsten waar lokale en landelijke prominenten aanwezig waren, zoals CDA‑burgemeester Sander de Rouwe en Rabin Baldewsingh (Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme).

Een bezoek van GeenStijl op 4 maart 2026 aan het ISN‑kantoor in Den Haag leverde extra aanwijzingen op: Özgül bleek op dat moment in hetzelfde pand aanwezig, medewerkers gaven aan hem echter niet te kunnen spreken en verzoeken werden doorgestuurd naar het algemene e‑mailadres. Op de parkeerplaats van de ISN Academie stond die dag een auto met diplomatiek kenteken. Zowel ISN als de Turkse ambassade hadden, na vragen van GeenStijl, geen inhoudelijke reactie gegeven.

De kernvraag is politiek en praktisch van aard: hoe kan het ministerie van Sociale Zaken via het Kennisplatform Inclusief Samenleven samenwerken met een stichting die, ondanks formele waarborgen, sterke aanwezigheid van een ingeplante Turkse diplomaat vertoont? Gezien Turkije door Nederlandse beleidsmakers vaak wordt gezien als een “onvrij” land en gezien eerdere Kameroproepen om inmenging te voorkomen, wekt Özgüls zichtbare betrokkenheid bezorgdheid over mogelijke buitenlandse beïnvloeding van een in Nederland opererende religieuze organisatie. ISN benadrukt onafhankelijkheid, maar de foto’s, posts en fysieke aanwezigheid van diplomaten roepen vragen op die door ISN en de ambassade nog niet zijn beantwoord.