Grote vakantie | column Daniël Lohues

zaterdag, 20 juni 2026 (08:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Een zwoele zomerdag zet het landschap in beweging: wind door koren, zon op jonge suikerbieten, bloeiende aardappelvelden en leeuwerikgezang. De verteller beschrijft simpele landelijke details — eendenkroos in de sloot, kikkers die ’s avonds luid zijn — en merkt hoe de dagen lang zijn geworden en de winter ver weg. Die zintuiglijke observaties brengen herinneringen aan de kindertijd naar boven: een warme zesdeklas (toen nog niet groep acht) met een muffe schoollucht en een aquarium, het verlangen naar de zomervakantie en naar de middelbare school, en vooral naar kleine rituelen zoals alleen zitten in de wiekswal en fietsen langs de Kerkweg naar opa. Opa zat in de schaduw bij zijn schuurtje, soms dommelend, terwijl de verteller naar de bijenkorven ging. Nu zit de ik-figuur weer in de schaduw met een glas karnemelk, nostalgisch terug naar hoe de kerk rook bij hitte en hoe het orgel en oude gezangen uit het geheugen opkomen. De tekst eindigt in een eenvoudige, universele emotie: dankbaarheid — voor de wind, de zon en maan, de mensen en de muziek — en voor het geloof dat iemand had om daarvoor te danken. (Roosvicee verwijst naar een bekende fruitdrank uit Nederland.)

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Sander de Kramer raakt Leontien van Moorsel in het gezicht: 'Au, mijn neus'