Grote pensioenfondsen hebben meer geld om pensioenen te betalen
In dit artikel:
Grote Nederlandse pensioenfondsen meldden dat zij eind 2025 meer buffer hadden om toekomstige uitkeringen te dekken, vooral dankzij een hogere rente. Zorgfonds PFZW zag zijn dekkingsgraad stijgen van 109,8% op 1 januari 2025 naar 125,7% op 31 december; dat betekent dat het fonds nu ongeveer €125,70 heeft voor elke €100 aan verplichtingen. PFZW verwacht daardoor per januari een pensioentoename van zo’n 12% en is per 1 januari 2026 overgestapt op het nieuwe pensioenstelsel. Het fonds beheert de pensioenen van ruim 3 miljoen (oud-)werknemers.
Ook ABP, met circa 3,1 miljoen deelnemers, verbeterde zijn financiële positie: de dekkingsgraad steeg naar 123,5% eind 2025 en het fonds verhoogde pensioenen per januari met 2,8%. Metaalfonds PMT rapporteert een sprong van 108,4% naar 122,6% en noemt de overgang naar het nieuwe stelsel succesvol; PMT heeft ongeveer 1,3 miljoen deelnemers. Bij PME ging de dekkingsgraad naar 125,3% en werden pensioenen met 2,8% verhoogd; dit fonds bedient bijna 630.000 (oud-)werknemers. BpfBOUW, met circa 750.000 deelnemers, noteerde een dekkingsgraad van 141% en meldde een soepele overstap naar het nieuwe stelsel.
Kort gezegd: door gunstiger renteniveaus konden meerdere grote fondsen eind 2025 hun buffers versterken, wat ruimte gaf voor indexaties en het invaren van het nieuwe pensioenstelsel.