Grote gemeentes bezorgd over huisvesting vrijgekomen gevangenen
In dit artikel:
Wethouders van 48 gemeenten sturen de Tweede Kamer een protestbrief tegen een voorgenomen regeling die gemeenten waar grote instellingen (zoals gevangenissen, jeugdzorginstellingen en opvanglocaties) staan, verplicht zou maken onderdak te regelen voor mensen die na verblijf daar op straat belanden. Volgens de brief zou dat enkele gemeenten jaarlijks met honderden extra huisvestingsgevallen opzadelen en hen onevenredig zwaar belasten.
De brief — opgesteld door Pieter Paul Slikker, verantwoordelijk voor huisvesting van bijzondere groepen in Den Bosch, en medeondertekend door collega’s uit onder meer Utrecht, Eindhoven, Tilburg, Dordrecht, Zwolle, Enschede, Heerlen en Venlo — pleit ervoor dat niet de plaats van de instelling, maar de gemeente van herkomst verantwoordelijk blijft voor terugkeer en huisvesting. Zij stellen dat plaatsing in de eigen gemeente, dicht bij het sociale netwerk, de beste kans op herstel en succesvolle re-integratie biedt.
De ondertekenaars noemen de voorgestelde regel praktisch en sociaal onwenselijk: municipale willekeur zou het draagvlak en de capaciteit van sommige gemeenten te veel op de proef stellen. Door verantwoordelijkheid bij de herkomstgemeente te leggen, willen ze een eerlijkere verdeling van urgente woningvragen en betere ondersteuning van kwetsbare mensen bereiken.
Kort gezegd vragen deze gemeenten aan de Kamer een heroverweging van het plan en benadrukken zij dat nationale besluiten over opvang en nazorg rekening moeten houden met re-integratie-effecten en regionale draagkracht.