Grote ebola-uitbraak was te verwachten: 'Bezuinigingen kosten mensenlevens'
In dit artikel:
In de Congolese provincie Ituri is in enkele dagen tijd een grote ebola-uitbraak uitgebroken: naar schatting zo’n 80 doden en 249 vermoedelijke besmettingen zijn gemeld. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) klinkt ernstig alarm en heeft de situatie dit weekend als wereldwijde noodsituatie bestempeld. Zorgwekkend is dat het om de Bundibugyo-variant gaat, waarvoor nog geen vaccin beschikbaar is, en dat het virus inmiddels de grens met buurland Oeganda is overgestoken.
De omvang van de uitbraak wordt deels toegeschreven aan verslechterde capaciteit voor ziektebestrijding in de regio. Onder de vorige Amerikaanse regering zijn miljarden aan ontwikkelingshulp en programma’s voor ziektebestrijding teruggeschroefd; de VS waren vroeger de grootste donor voor Congo (ongeveer 1 miljard dollar per jaar) en leverden ook ondersteuning bij ebola-detectie en -training. Experts waarschuwen dat door die bezuinigingen minder mensen en middelen beschikbaar zijn om snel te reageren, wat het indammen bemoeilijkt.
De situatie wordt bovendien gecompliceerd door onrust en grensoverschrijdende vluchtelingenstromen in Oost-Congo, waardoor contactonderzoek en logistiek lastiger zijn. De WHO heeft met spoed financieel middelen vrijgemaakt — ongeveer een half miljard dollar — om hulp in te zetten en verdere verspreiding te voorkomen. Onderzoekers en correspondenten benadrukken dat de tijd dringt, maar dat ebola, hoewel dodelijk en via lichaamsvloeistoffen overdraagbaar, zich doorgaans langzamer verspreidt dan bijvoorbeeld het coronavirus. Snelle inzet van middelen en lokale samenwerking blijven cruciaal om een grotere ramp te voorkomen.