Groot-Brittannië, Nederland en acht Europese landen vormen strijdmacht naast de NAVO
In dit artikel:
Tien Europese landen hebben een gezamenlijke maritieme snelreactiemacht gevormd die los van de NAVO kan optreden; de Verenigde Staten maken geen deel uit van die Joint Expeditionary Force (JEF). Dat maakte admiraal Sir Gwyn Jenkins, hoofd van de Royal Navy, bekend. De JEF — operationeel sinds 2018 — bestaat uit het Verenigd Koninkrijk (grootste militaire partner), Nederland, de vijf Noordse landen (Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, IJsland) en de drie Baltische staten (Estland, Letland, Litouwen); Canada overweegt toe te treden.
Doel is gezamenlijk trainen, zich voorbereiden en, indien nodig, direct inzetbaar zijn met echte capaciteiten, operationele plannen en integratie, met name om Russische dreigingen vanaf de noordelijke zeegrenzen af te schrikken. De slagkracht zou eventueel vanuit het Britse hoofdkwartier in Northwood worden aangestuurd. Een concreet aandachtspunt is het tegenhouden van schepen van een zogenoemde Russische “schaduwvloot” en tankers die ondanks sancties door Britse wateren, onder meer de Straat van Dover, passeren — recentelijk waren dat tientallen schepen.
De JEF wordt gepresenteerd als aanvulling op de NAVO nu wankelheid over Amerikaanse steun is toegenomen sinds de regering-Trump. Tegelijkertijd zette de crisis in het Midden-Oosten vraagtekens bij de paraatheid van de Royal Navy (bijv. vertraagde inzet en technische problemen van HMS Dragon). Bilaterale overleggen tussen Britse en Nederlandse defensieleiders benadrukten verder het belang van toezicht op de Noordzee om kritieke infrastructuur tegen spionage en dreigingen te beschermen.