Groningse boerenfamilie voelt zich misleid in onteigeningszaak: 'Wij waren compleet verbijsterd'

maandag, 1 juni 2026 (10:57) - NieuwRechts.nl

In dit artikel:

De familie Van der Veen uit Lucaswolde zegt zich misleid te voelen in het dossier rond onteigening voor het gebied Dwarsdiep (Groningen), waar de provincie natuur en waterberging wil realiseren. Het agrarische bedrijf is al zeven generaties in de familie; de plannen bedreigen daarmee niet alleen grond maar ook hun woon- en bedrijfscontinuïteit en familiegeschiedenis. Provinciale Staten stemden op 15 april in met een onteigeningsbeschikking voor het gebied.

Volgens dochter Dina van der Veen heeft het gezin jarenlang actief meegezocht naar alternatieven en meerdere keren oplossingen aangedragen. Recent leek zich een mogelijkheid voor een vervangende boerderij voor te doen: via een pachter vernam één van de broers dat een bedrijf in de buurt mogelijk te koop kwam. De familie meldde dit meteen bij de gebiedscoördinator en kreeg naar eigen zeggen toezeggingen dat zij als eerste konden bezichtigen. Later bleek echter dat het pand door Prolander was aangekocht zonder dat de familie toegang kreeg om zelf te kijken.

De Van der Veens kregen eerst te horen dat bezichtiging niet mogelijk was vanwege asbestgevaar; toen ze zelf contact met Prolander zochten, werd hen verteld dat zij nog niet aan de beurt waren en dat er drie andere gegadigden vóór hen stonden — kandidaten die niet onder dwangverplaatsing vanwege natuur- en waterbergingsplannen zouden vallen. Die gang van zaken contrasteert sterk met de eerder gegeven geruststellingen en heeft volgens de familie het vertrouwen in het proces ernstig beschadigd. Ze vrezen dat mondelinge toezeggingen en ontstane teleurstellingen niet terug te vinden zijn in officiële stukken, waardoor hun positie niet goed zichtbaar zou zijn.

Kritiek komt ook van buiten: boerenorganisatie Farmers Defence Force stelt dat tijdens de besluitvorming mogelijk cruciale informatie voor Provinciale Staten is achtergehouden. Volgens FDF speelt een intern memo over 31 hectare provinciale grond — bestemd als slibdepot en dus niet bruikbaar als ruilgrond — een belangrijke rol. FDF eist openbaarmaking van het memo en het bodemonderzoek en waarschuwt dat de onteigeningsstemming op onvolledige gegevens gebaseerd kan zijn.

De familie benadrukt dat onteigening volgens eerdere afspraken een ultimum remedium moest zijn en dat eerst ruilgrond of vrijwillige verkoop onderzocht zouden worden. Hun ervaring is dat die alternatieven niet serieus of niet succesvol zijn opgevolgd, waardoor ze zich nu onterecht en machteloos in de hoek geduwd voelen.