Groningen stort (nog) geen miljoenen bij voor snel internet op platteland
In dit artikel:
De provincie Groningen weigert vooralsnog automatisch 10 miljoen euro uit te trekken om de circa 1.000 meest afgelegen huishoudens op het platteland alsnog gratis van snel internet te voorzien. Woensdag verwierpen de Groninger Staten een motie van CDA-fractievoorzitter Robert de Wit die dat bedrag eiste als aanvulling op het herstartende glasvezelproject.
Achtergrond is het in 2016 gestarte programma Snel Internet Groningen. Commerciële aanbieders trokken zich terug, waarna de provincie het bedrijf Rodin subsidieerde om de klus te klaren. Rodin leverde slechts zo’n 1.500 aansluitingen en ging in 2023 failliet; de provincie zag bijna 20 miljoen euro verloren gaan. Nu wordt het project opnieuw opgestart met 25 miljoen euro uit Nij Begun, het versterkings- en herstelprogramma voor Groningen en Noord-Drenthe. Die middelen moeten ruimte bieden voor ongeveer 4.000 aansluitingen in de eerste uitvoeringsfase.
Het resterende gat van ongeveer 1.000 afgelegen adressen kost volgens schattingen minstens 10 miljoen euro extra als iedereen een glasvezelaansluiting moet krijgen. De Wit spreekt van een morele plicht richting bewoners die soms al een decennium wachten en zegt door te gaan: “Ik ga door tot het geregeld is.” Gedeputeerde Erik Jan Bennema en de coalitiepartners BBB, GroenLinks, PvdA en VVD vinden het echter te vroeg om extra geld vrij te maken. Bennema wil eerst met een plan van aanpak komen — vóór het zomerreces — om het Rodin-dossier af te wikkelen en het snel-internetproject voort te zetten.
Bovendien staat niet vast dat alle overgebleven adressen per se glasvezel moeten krijgen; goedkope draadloze alternatieven kunnen efficiënter en veel goedkoper zijn. De Staten steunden verder in grote lijnen het uitvoeringsplan van de Economische Agenda van Nij Begun, inclusief investeringen variërend van AI-initiatieven tot havengerelateerde projecten, en gaven een verlanglijst mee voor meer aandacht voor mkb, mbo-onderwijs en gelijke kansen op de arbeidsmarkt. Voor de uitvoering komt een stichting met bestuurders uit onderwijs, bedrijfsleven en overheid, met gemeenten en provincies in een gezamenlijke samenwerkingsstructuur.