Grondwetswijziging in Hongarije zet ex-premier Orbán buitenspel door (met terugwerkende kracht) premierschap te beperken
In dit artikel:
De nieuwe Hongaarse regering van premier Péter Magyar heeft een grondwetswijziging aangenomen die de ambtstermijn van een premier beperkt tot maximaal acht jaar (ongeveer twee termijnen). Cruciaal: die limiet geldt met terugwerkende kracht voor alle mandaten sinds de democratisering in 1990. Daardoor wordt een terugkeer van Viktor Orbán—die in totaal twintig jaar als premier heeft gezeten (1998–2002 en 2010–mei 2026)—praktisch uitgesloten.
Magyar voerde deze maatregel in als onderdeel van een belofte om de democratische checks-and-balances te herstellen. Zijn partij beschikt over een ruime supermeerderheid in het parlement (ongeveer 71%), waardoor het amendement snel kon worden doorgevoerd.
De wijziging geniet politieke steun onder wie een heropleving van Orbáns ‘illiberale’ koers vreest, maar stuit op juridische kritiek. Grondwetskundigen waarschuwen dat retroactieve regels die feitelijk op één persoon zijn gericht rechtsstatelijke problemen en een gevaarlijk precedent kunnen opleveren.