Groep die aanvallen op joodse instellingen opeist 'lijkt niet georganiseerd'

zondag, 15 maart 2026 (09:31) - NOS Nieuws

In dit artikel:

In één week tijd zijn onder dezelfde naam explosies gemeld bij joodse locaties in Amsterdam (nacht van vrijdag op zaterdag), Rotterdam (dag eerder) en Luik (nacht van zondag op maandag). Bij geen van de drie aanslagen vielen gewonden en de materiële schade bleef beperkt, maar de gebeurtenissen hebben veel angst gewekt binnen Joodse gemeenschappen en leidden tot brede veroordeling.

Op sociale media circuleerden korte, schokkerige video’s met bombastische muziek en een logo waarin de naam Harakat Ashab al-Yamin al-Islamiyyah verschijnt. Die beelden suggereren eenzelfde dadermodus, maar justitieminister David van Weel waarschuwt dat het nog te vroeg is om harde conclusies te trekken; zijn ministerie zegt de groepering niet te kennen. In Rotterdam werden vier tieners (twee 19‑jarigen, een 18‑jarige en een 17‑jarige) aangehouden; voor de Amsterdamse aanslag zoekt de politie nog twee verdachten.

Analyse door onderzoekers werpt meer vraagtekens op dan zekerheid op. Politiek antropoloog Younes Saramifar (VU) zegt dat de naam en de video’s opvallend onbekend en amateuristisch overkomen: slordig camerawerk, onervaren gedrag en taalgebruik dat niet door een native Arabischspreker lijkt te zijn. Dat alles wijst volgens hem niet op een professionele, coherente militiestructuur. Tegelijk moet het driemaal onder dezelfde noemer gepleegde antisemitische geweld serieus genomen worden.

Er zijn aanwijzingen dat de makers zich willen profileren als verbonden met de zogeheten ‘as van verzet’ — de grotendeels sjiitische, Iran‑gelieerde groeperingen in het Midden‑Oosten — onder meer door verwijzingen naar raketnamen in een bijgevoegde tekst en een logo dat vaag aan Hezbollah doet denken. Experts zien echter ook duidelijke verschillen: het logo en de kleuren (zwart‑wit) en het gebruik van een Dragunov‑geweer vallen buiten het gebruik van veel aan Iran gelieerde groepen, en zwart‑wit wordt doorgaans geassocieerd met soennitisch jihadisme. Bovendien heeft de groep geen eigen kanalen op Telegram of andere platformen, wat vragen oproept over wie er daadwerkelijk achter de claims zit.

Veiligheidsexpert Koen Aartsma (Clingendael) waarschuwt dat aanslagen soms onterecht worden opgeëist en dat Joodse instellingen uit verschillende motieven doelwit kunnen zijn. Tegelijk past een dergelijke asymmetrische reactie volgens hem in een breder verhoogd dreigingsbeeld nu het Midden‑Oostenconflict escaleert en staten als Iran indirect reageren op westerse en Israëlische aanvallen.

Kortom: er is concrete zorg en onderzoek naar mogelijke samenhang tussen de aanslagen, maar over motieven, organisatorische achtergronden en verantwoordelijken bestaat nog veel onzekerheid.