GroenLinks-PvdA mag in de Tweede Kamer nog geen Pro heten, naamswijziging duurt langer dan gedacht

donderdag, 9 april 2026 (19:31) - Het Parool

In dit artikel:

GroenLinks-PvdA wil voortaan Progressief Nederland (Pro) heten, maar de naamswisseling is in de Kamer nog niet doorgevoerd vanwege procedurele en bestuurlijke hobbels.

Eind maart maakte de gefuseerde linkse partij de nieuwe naam groots bekend tijdens een ledenbijeenkomst. Twee weken later spreken de Kamerleden in zowel Tweede als Eerste Kamer echter nog steeds namens GroenLinks-PvdA. Het presidium van de Tweede Kamer moet een advies uitbrengen voordat de hele Kamer kan stemmen over een naamswijziging in de plenaire stukken; alle 150 Kamerleden moeten daarmee instemmen. Het presidium wil dat advies pas geven zodra de partienaam officieel is aangepast, uit vrees voor precedentwerking na recente afsplitsingen zoals Mona Keijzer (BBB) en de Groep Markuszower (oud-PVV’ers). Die zorgen maken dat afvallers tijdens deze kabinetsperiode mogelijk ook onder een nieuwe naam verder willen gaan.

Om de juridische kant rond te krijgen zonder te wachten op de formele oprichting van de nieuwe partij in juni, heeft GroenLinks-PvdA besloten één van de bestaande partijnamen te veranderen. De partij vroeg de Kiesraad formeel om de naam Partij van de Arbeid te laten wijzigen in Progressief Nederland; de Kiesraad bekijkt dit verzoek en toetst of de naam niet verwarrend is ten opzichte van landelijke partijen in het register. Als dat technisch klopt, kan Progressief Nederland binnenkort ook officieel in parlementaire stukken en op posters verschijnen — mogelijk zelfs vóór het oprichtingscongres.

In de Eerste Kamer is de situatie extra ingewikkeld: de veertien senatoren stonden in 2023 op twee afzonderlijke kieslijsten (GroenLinks en PvdA) en vormden pas na de Provinciale Statenverkiezingen één fractie, waardoor de naamsaanpassing daar niet automatisch doorloopt. GroenLinks-PvdA had gehoopt op een snellere afhandeling, ook met het eerdere voorbeeld van de fusie RPF/GPV naar ChristenUnie in 2000 als referentie, maar onderschatte de politieke en administratieve barrières.