GroenLinks-PvdA en VVD: Overtuiging school mag niet strijdig zijn met artikel 1 Grondwet
In dit artikel:
Tijdens een Kamerdebat over een nieuwe wet die kerndoelen juridisch vastlegt voor lezen, rekenen, burgerschap en digitale vaardigheden, diende VVD-Kamerlid Arend Kisteman woensdag een motie in die stelt dat artikel 1 van de Grondwet (gelijke behandeling) altijd voorrang moet krijgen op artikel 23 (vrijheid van onderwijs) wanneer die rechten met elkaar botsen. Kisteman maakte zich zorgen over scholen die andere religies of homoseksualiteit veroordelen en vroeg hoe de onderwijsinspectie kan toezien dat zulke scholen geen discriminerende boodschappen verspreiden: „Het kan niet zo zijn dat vrijheid van onderwijs leidt tot discriminatie.”
GroenLinks-PvdA’s Marjolein Moorman — die haar maidenspeech hield — steunde de strekking: volgens haar mag de levensbeschouwelijke richting van een school nooit in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel. De motie leidde tot felle kritiek van orthodoxe partijen. SGP-leider Chris Stoffer noemde Kistemans voorstel een „staatsrechtelijk wangedrocht” en ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder waarschuwde dat het voorstellen van een rangorde tussen grondrechten „een doos van Pandora” zou openen en haaks staat op meer dan een eeuw democratische praktijk.
Staatssecretaris Becking (Onderwijs, VVD) benadrukte dat grondrechten gelijkwaardig zijn: „De artikelen in de Grondwet zijn nevengeschikt.” Hij voegde toe dat scholen wel verplicht zijn een veilige en accepterende schoolcultuur te waarborgen en dat zij hun overtuiging mogen uitdragen zolang die wettelijke taak niet wordt geschonden. Becking belooft vóór de zomer een brief over de mogelijke spanning tussen artikel 1 en 23.
Politiek lijkt de motie weinig kansrijk: GL-PvdA steunt waarschijnlijk Kisteman, maar andere partijen achtten de bestaande waarborgen voldoende of waarschuwden voor ongewenste precedentwerking. BBB riep de VVD op de motie in te trekken; het is onwaarschijnlijk dat de motie tijdens de geplande stemmingen een meerderheid haalt.