Groenlandse premier Nielsen: Trumps verlangen ons land in te nemen is nog niet weg
In dit artikel:
Groenlands premier Nielsen (leider van Demokraatit en zoon van een Groenlandse moeder en een Deense vader) voert aan dat zijn land stap voor stap onafhankelijk van Denemarken moet worden. Direct na zijn aantreden in april vorig jaar kreeg hij te maken met een grote geopolitieke schok: de dreiging van de Amerikaanse president Trump om zich op Groenland te richten. Na bemiddeling van NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte tijdens het World Economic Forum in Davos leek de acute spanning af te nemen, maar Nielsen maakt zich nog steeds zorgen over de intenties uit Washington. Hij benadrukt dat eventuele afspraken over Groenland alleen met Groenland en het Koninkrijk der Nederlanden (Denemarken) kunnen worden gemaakt; de regering heeft daarna de bilaterale gesprekken met de VS in een werkgroep hervat.
Als strategisch gelegen, dunbevolkt gebied (ongeveer 55.000 inwoners) heeft Groenland geen eigen leger en ziet de bevolking nu vaker buitenlandse militairen; de militaire aanwezigheid en multinationale oefeningen namen toe, onder meer met grote NAVO-oefeningen als Arctic Light 2025 en Arctic Endurance, onderdeel van bredere noordoostelijke defensie-initiatieven als Arctic Sentry.
De geopolitieke spanningen raken ook de economie: volledige afhankelijkheid van import maakt huishoudens kwetsbaar voor stijgende prijzen. De regering voerde belastinghervormingen door die de laagstverdienenden ontlasten, maar blijft zoeken naar middelen om de kosten van levensonderhoud te drukken.
Klimatologische veranderingen vormen zowel bedreiging als kans. Visserij – goed voor 98% van de exportinkomsten en gebaseerd op koudwatersoorten – wordt onder druk gezet door opwarming, waardoor economische diversificatie urgenter wordt. Groenland investeert in toerisme en infrastructuur, waaronder drie nieuwe luchthavens (Ilulissat, Nuuk, Qaqortoq), en ziet kansen door ijsvrije scheepvaartroutes. Op het gebied van energie heeft Groenland al veel hydropower (70% van de stroom), bijvoorbeeld de Buksefjordcentrale bij Nuuk, en zoekt het buitenlandse investeringen — onder meer Franse belangstelling — om meer waterkrachtcentrales te bouwen en zo industriële ontwikkeling en export te stimuleren.
Tot slot bevat de ondergrond waardevolle mineralen (lithium, kobalt, nikkel) die van groot belang zijn voor de energietransitie. Groenland wil winning en opbrengsten in eigen hand, maar heeft buitenlandse expertise en kapitaal nodig. Tegelijkertijd beperkt de Uranium Act van 2021 mijnbouw bij hogere uraniumgehaltes, wat projecten zoals dat van het Australische Energy Transition Minerals in Zuid-Groenland blokkeert. Dat levert een lastig evenwicht op tussen economische ontwikkeling, milieunormen en geopolitieke concurrentie — en dwingt Groenland tot zorgvuldige afwegingen bij het aantrekken van investeerders.