Groenlanders waren tweederangsburgers in hun eigen land
In dit artikel:
Het boek Groenland. Van ongerept paradijs tot speelbal van grootmachten van Jens Heinrich, Mira Maria Jo Kleist en Bo Lidegaard schetst in één vloeiende geschiedenis hoe een uitgestrekt, bijna geweldloos eiland geleidelijk onder invloed kwam van Europese en later Amerikaanse belangen — terwijl de eigen bevolking veerkrachtig bleef maar vaak werd gemarginaliseerd.
Na de Duitse capitulatie in 1945 groeide bij veel Groenlanders het vertrouwen: vijf jaar zonder directe Deense bemoeienis had de overtuiging versterkt dat zelfstandigheid mogelijk was. Kopenhagen wilde echter terug naar de situatie van vóór de oorlog, waardoor het streven naar meer zelfbestuur traag en moeizaam verliep. Waar Indonesië in die periode tot gewelddadige onafhankelijkheid kwam, bleef Groenland vreedzaam Deens — deels doordat belangen van Denemarken, de Verenigde Staten en de NAVO zwaarder wogen dan de wensen van de Inuit.
De auteurs gebruiken bronnen van met name de afgelopen honderd jaar om de transitie naar meer zeggenschap te detailleren. Ze tonen hoe buitenlandse arbeiders, vooral Denen, vanaf de jaren zestig structureel betere banen en hogere lonen kregen dankzij het geboorteplaatscriterium, waardoor Groenlanders vaak als tweederangsburgers fungeerden. Een van de donkerste hoofdstukken is de gedwongen spiraaltjescampagne: tussen circa midden jaren zestig en midden jaren zeventig kregen naar verluidt veel meisjes en vrouwen een spiraaltje ingebracht; Denemarken heeft daarvoor pas vorig jaar excuses aangeboden.
De eeuwenoude leefwijze van de Inuit — jacht, visserij, nomadische trekken en sterk collectief samenwerken — verklaart veel van de sociale structuren, bijvoorbeeld het ontbreken van particulier grondbezit. Klimaat en zware levensomstandigheden zorgden bovendien voor fluctuaties in bevolking en een historisch lage levensverwachting in de negentiende eeuw.
De schrijvers — twee historici en een specialist in internationale betrekkingen, veiligheid en inheemse rechten — kiezen voor soberheid en noemen ook harde feiten zonder dramatisering. Hun werk is daarmee een toegankelijke, genuanceerde inleiding op een regio die enerzijds rijk is aan grondstoffen en strategische waarde, en anderzijds kwetsbaar blijkt voor buitenstaanders die machtspolitiek bedrijven (met name recente Amerikaanse belangstelling onder president Trump). Voor wie meer verdieping zoekt biedt het boek veel context en achtergrond.
Jens Heinrich, Mira Maria Jo Kleist & Bo Lidegaard — Groenland. Van ongerept paradijs tot speelbal van grootmachten. Vert. Ingrid Hilwerda. De Bezige Bij; 368 blz.; €24,99.