Groene investeerder baseerde verwachte klimaatwinst op wankele onderzoeks­methode

woensdag, 6 mei 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

InnoEnergy, een door de EU opgezette investeerder gevestigd op de Amsterdamse Zuidas, zegt dat de ongeveer 160 startups en scale‑ups in zijn portefeuille gezamenlijk 2,3 gigaton CO2-equivalent kunnen vermijden in 2030. Dat cijfer staat in het Impact Report 2024 en wordt gepresenteerd als resultaat van vijftien jaar werk; InnoEnergy kreeg in die periode ongeveer 760 miljoen euro aan EU-subsidies om schone technologie te stimuleren. Ter illustratie: 2,3 Gt is meer dan twee‑derde van de jaarlijkse uitstoot van de hele EU of ruim elf jaar Nederlandse uitstoot.

Follow the Money (FTM) onderzocht deze claim en stelt dat het totaalbeeld niet betrouwbaar is omdat de individuele bedrijven hun eigen methodes en aannames gebruikten om voorspellingen te maken. InnoEnergy gaf portfolio‑bedrijven bewust geen uniforme rekenmethode op, naar eigen zeggen vanwege de diversiteit aan technologieën en markten. Bedrijven mochten hun impact voor 2030 op eigen wijze berekenen; InnoEnergy zegt dat inzendingen intern zijn beoordeeld en dat bedrijven om methodologische hulp konden vragen. Concrete per‑bedrijfscijfers houdt InnoEnergy vertrouwelijk en deelt ze niet.

Onderzoeksjournalisten legden de werkwijze voor aan experts. Irene Monasterolo (klimaatfinanciering, Universiteit Utrecht) vindt het onduidelijk hoe vergelijkingen zo kunnen worden gemaakt zonder geharmoniseerde aannames. Benja Faecks van Carbon Market Watch noemt het systeem “verdacht” en wijst op mogelijk onopgeloste belangenconflicten: bedrijven die gesteund worden door InnoEnergy mogen zelf hoge impactinschattingen indienen, terwijl InnoEnergy voortschrijdend die cijfers rapporteert in grote totaaltellingen.

De kritiek sluit aan op eerder onderzoek van FTM waarin een andere bewering van InnoEnergy – dat het meer dan 100.000 mensen in de Europese batterijsector zou hebben opgeleid – onvoldoende onderbouwd bleek. Ook de Europese Commissie gebruikte InnoEnergy‑schattingen in een evaluatierapport en citeerde uiteenlopende getallen uit verschillende jaren (1,1 Gt in 2020 versus 2,1 Gt in 2022), zonder een voorkeur uit te spreken. Het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT), dat de subsidies uitkeert, verspreidde de impactcijfers en noemt ze “toekomstgerichte schattingen”; het EIT wilde niet beoordelen of de methode valide is.

Praktijkvoorbeelden illustreren bijkomende onzekerheden. Aquabattery (Alphen aan den Rijn) zegt geen specifieke CO2‑voorspelling aan InnoEnergy te hebben geleverd en benadrukt dat voorspellingen veel onzekerheden kennen. SeaQurrent (getijdenenergie, Groningen) erkent dat de daadwerkelijke uitstootvermindering naar verwachting lager zal zijn dan oorspronkelijk ingeschat. Sommige portfoliobedrijven verdwenen of worstelden: Hardt (hyperloop) ging failliet en droeg geen bijdrage aan de 2030‑besparing; Stegra (fossielvrij staal) kreeg recent een grote kapitaalinjectie nadat overleefkansen even onduidelijk waren.

Waarom dit ertoe doet: InnoEnergy opereert als Knowledge and Innovation Community (KIC), een publiek‑private constructie die met EU‑geld maatschappelijke impact moet leveren en de energietransitie moet versnellen. De EU‑commissie beoordeelt dit jaar het vervolg van het KIC‑model, waardoor de betrouwbaarheid van impactclaims gewicht krijgt bij beleidskeuzes over toekomstige subsidies en toezicht.

Kernconclusie: de gecommuniceerde 2,3 Gt‑besparing is indrukwekkend op papier maar staat of valt met ondoorzichtige, niet‑geharmoniseerde bedrijfsaannames en vertrouwelijke data. Experts en journalisten vinden dat zulke projecties geen substituut mogen zijn voor aantoonbare, gerealiseerde emissiereducties en roepen op tot transparantere, gestandaardiseerde methodologieën als basis voor grote, met publiek geld gesteunde impactclaims.