Groen licht voor omstreden terugkeerhubs buiten Europa voor afgewezen asielzoekers. 'Nieuw en ingrijpend instrument'

woensdag, 17 juni 2026 (19:59) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

De EU introduceert een nieuw terugkeerregime dat lidstaten meer bevoegdheden geeft om afgewezen asielzoekers op te sporen, vast te zetten en buiten Europa in zogenoemde terugkeerhubs onder te brengen. Het migratiepact trad op 12 juni in werking en het Europees Parlement stemde deze week in met de aanvullende terugkeerregeling. Vijf landen — Nederland, Duitsland, Denemarken, Oostenrijk en Griekenland — willen snel hubs buiten de EU opzetten; mogelijke locaties die genoemd worden zijn onder meer Ghana, Libië, Egypte, Oeganda en Oezbekistan. Nederland streeft ernaar het eerste centrum nog dit jaar operationeel te hebben.

Rationeel achter de maatregel is het lage terugkeercijfer: in 2025 registreerde de EU ruim 719.000 mensen zonder verblijfsrecht, van wie bijna 492.000 een vertrekbevel kregen, maar slechts ongeveer 135.000 (27,5%) daadwerkelijk terugkeerden. Problemen zitten in het gebrek aan medewerking van herkomstlanden, het ontbreken of vernietigen van documenten, financiële belangen van die landen en juridische beperkingen — zoals het verbod op uitzetting naar landen waar vervolging of onmenselijke behandeling dreigt.

Onderzoekers zoals Jonas Bornemann (Rijksuniversiteit Groningen) signaleerden de verschuiving naar een beleid dat veiligheid prioriteert en rechten van nieuwkomers inperkt. Hij waarschuwt dat terugkeerhubs risico’s met zich meebrengen: humane standaarden in derde landen zijn moeilijk te waarborgen en dergelijke centra kunnen “zwarte gaten voor mensenrechten” worden. Bornemann wijst er ook op dat de EU waarschijnlijk financiële prikkels moet bieden om landen zonder bestaande banden met de betreffende migranten te laten deelnemen — en dat grote bedragen dan naar landen kunnen vloeien die mogelijk andere waarden hanteren dan de EU.

In de praktijk verloopt de route naar een hub volgens vast stappen: asiel aanvragen, afwijzing, juridische beroepsprocedures en pas daarna toepassing van terugkeerrecht; alleen wanneer terugkeer naar het herkomstland onmogelijk is, kan het hub‑instrument in beeld komen, en die beslissing blijft onderhevig aan rechterlijke toetsing. Daardoor blijft het onduidelijk hoeveel mensen daadwerkelijk naar zulke hubs zullen worden overgebracht; Bornemann schat dat het om honderden tot enkele duizenden personen kan gaan — een extra instrument, maar geen oplossing voor het gehele terugkeerprobleem.

Er is ook kritiek op de verruimde opsporings- en detentiemogelijkheden (bijvoorbeeld huiszoekingen en inbeslagname van telefoongegevens). Hoewel sommige bevoegdheden niet volledig nieuw zijn, kunnen de veranderingen leiden tot sterk uiteenlopende praktijken tussen lidstaten. Als voorbeeld voor wat buiten‑EU‑centra kunnen betekenen wordt het Italiaanse project in Albanië genoemd, dat na juridische ingrepen deels als detentieplek voor afgewezen asielzoekers fungeert.

Na het parlementaire akkoord is alleen nog formele goedkeuring door een meerderheid van de lidstaten nodig; omdat die eerder met de inhoud instemden, wordt dat als een hamerstuk gezien. De grote vraag blijft of deze aanpak mensrechten en juridische garanties voldoende beschermt en of de middelen niet beter binnen Europa aan opvang en integratie besteed kunnen worden.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside Oranje: René van der Gijp heeft goedbedoeld advies voor Estavana Polman na bezoek aan Vandaag Inside Oranje