Groeiende kloof tussen arm en rijk ligt aan belastingstelsel
In dit artikel:
In 2022 publiceerde het Centraal Planbureau een rapport (‘Ongelijkheid en Herverdeling’) dat ingrijpende inzichten gaf: de totale belastingdruk blijkt voor de laagste inkomens juist hoger te zijn dan voor de hoogste. Terwijl loon- en inkomstenbelasting wel degelijk progressief zijn, worden die effecten door regressive belastingen — zoals btw, accijnzen en sociale premies — en door belastingontwijking grotendeels tenietgedaan. Het CPB rekende voor dat de laagste inkomens gemiddeld zo’n 55 procent van het inkomen aan heffingen kwijt zijn, tegenover 36 procent bij de hoogste inkomens.
Gevolg is dat mensen met lage en middeninkomens nauwelijks kunnen sparen; hun vermogen stagneert. Hogere inkomens hebben wél ruimte om vermogen op te bouwen en gebruiken vaak fiscale constructies (bv-leningen, spaar-BV’s, het uitstellen of ontwijken van box-2-heffing) om hun belastingdruk verder te verlagen. Dit draagt sterk bij aan groeiende vermogensongelijkheid: in Nederland heeft de top-10 procent inmiddels ongeveer 61 procent van het totale vermogen, ongeveer een kwart van de bevolking heeft geen of een negatief vermogen, en de vermogens-Gini ligt rond 0,78–0,80. Daarmee scoort Nederland, na de Verenigde Staten, hoog in de OESO-ranglijst voor vermogensongelijkheid.
De maatschappelijke consequenties zijn zichtbaar: groter onbehagen, versterking van populistische tendensen en brede politieke aandacht voor hervormingen. Veel voorstellen richten zich op hogere heffing op kapitaalinkomen, bestrijding van misbruik van regels en gelijkere behandeling van zelfstandigen en vennootschappen. Internationale stemmen zoals econoom Gabriel Zucman pleiten zelfs voor extra heffingen op extreem grote vermogens (bijvoorbeeld 2% boven €100 miljoen).
Reinier Kooiman, fiscalist en auteur van ‘De Sterkste Schouders’, stelt dat de kernoorzaak niet het kapitalisme is maar het huidige belastingstelsel zelf. Zijn radicaal-eenvoudige oplossing: schaaf alle bestaande belastingen weg (loon- en inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, btw, accijnzen, erfbelasting e.d.) en vervang ze door één brede vermogensbelasting zonder uitzonderingen. Die zou alle bezittingen minus schulden omvatten — dus ook eigen woning en pensioenreserves — en volgens Kooiman ongeveer 8 procent moeten bedragen om de huidige overheidsuitgaven te dekken. In zo’n stelsel zouden mensen zonder vermogen eerst ruimte krijgen om te sparen; zodra vermogen opbouwt, wordt daar proportioneel van afgesnoept. Hij pleit voor een geleidelijke invoering, bijvoorbeeld over dertig jaar, zodat ongewenste effecten kunnen worden bijgestuurd.
Praktische bezwaren blijven: waardering en liquiditeit van bezittingen, administratieve uitvoerbaarheid, grensoverschrijdende ontwijking en politieke haalbaarheid. Toch vraagt het rapport en het debat daaromtrent om een fundamentele heroverweging: als het belastingstelsel het zelfversterkende proces van rijkdomsaccumulatie bevordert, ligt een herontwerp op basis van draagkracht en evenredigheid voor de hand om de groeiende kloof aan te pakken.