Grieks proces over hulp aan vluchtelingen zet alle hulpverleners op scherp
In dit artikel:
Op Lesbos begint vandaag de laatste fase van het proces tegen de Nederlander Pieter Wittenberg (78) en 23 andere hulpverleners. Zij worden verdacht van mensensmokkel, lidmaatschap van een criminele organisatie en witwassen, misdrijven waarvoor tot twintig jaar gevangenisstraf kan staan. De beklaagden zeggen dat ze alleen vluchtelingen aan land hielpen — soms in samenwerking met de Griekse kustwacht — en stellen dat ze juist humanitair werk verrichtten.
Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat deze vervolging past in een bredere trend van het criminaliseren van hulpverlening, bedoeld om hulp aan migrantengroepen te ontmoedigen. Zij vinden vrijspraak noodzakelijk, maar wijzen erop dat het proces zelf al een averechts effect heeft: hulporganisaties zijn terughoudender geworden en vrijwilligers vrezen politieke en juridische consequenties.
Vluchtelingen blijven in Griekenland aankomen: volgens UNHCR arriveerden er vorig jaar ongeveer 48.000 mensen in het land, daarvan bijna 4.000 op Lesbos. Toch zijn veel Nederlandse hulpverleners sinds de aanklacht van 2018 niet meer direct op de stranden aanwezig wanneer bootjes binnenkomen. Organisaties zoals Stichting Bootvluchteling en Because We Carry geven aan dat vrijwilligers nu in de eerste plaats de bevoegde autoriteiten moeten inschakelen, en alleen buiten het water korte hulp geven (zoals dekens of drinkwater). Dat is een lastige ethische en praktische afweging: wegkijken voelt onnatuurlijk, maar directe interventies kunnen volgens hen leiden tot de stopzetting van reguliere hulp, zoals medische zorg in kampementen.
Aanvullend vergroot de kwestie de onzekerheid door meldingen van illegale pushbacks: er is veel bewijs dat de Griekse kustwacht vluchtelingen terugstuurt naar Turkije, soms met geweld, terwijl Athene dat ontkent. Hulpverleners melden dat surveillance — drones, verrekijkers — hen soms abrupt deed stoppen met hulp uit angst voor arrestatie.
Zelfs als er uiteindelijk vrijspraak volgt, merken organisaties dat de jarenlange juridische procedure en de dreiging van vervolging blijvende zelfcensuur en extra risicoafwegingen hebben veroorzaakt. De zaak heeft de manier waarop hulp op Lesbos wordt verleend wezenlijk veranderd: hulpverleners werken voorzichtiger, minder zichtbaar en vaak op afstand, uit vrees voor juridische repercussies.