Greenpeace wint van de overheid in klimaatzaak, grote gevolgen voor het nieuwe kabinet

woensdag, 28 januari 2026 (16:20) - Trouw

In dit artikel:

Een Haagse rechtbank heeft geoordeeld dat de Nederlandse staat onvoldoende doet om Bonaire te beschermen tegen de effecten van klimaatverandering en dat Nederland zijn eigen uitstoot harder en bindender moet terugdringen. De uitspraak vloeit voort uit een zaak die Greenpeace en acht inwoners van Bonaire vier jaar geleden aanspanden; deskundigen noemen de uitspraak al “Urgenda 2.0” vanwege de potentiële impact op beleid en rechtspraak.

De rechter stelt dat Nederland zijn zorgplicht jegens inwoners van Bonaire heeft verzaakt. Het Caribische eiland, als bijzondere gemeente van Nederland, kampt met toenemende hitte, vaker voorkomende tropische stormen en zeespiegelstijging die land onder water zet. Volgens het vonnis is al meer dan dertig jaar duidelijk dat de gevolgen van klimaatverandering daar groter zijn, en door die grotere kwetsbaarheid had Nederland juist meer bescherming moeten bieden in plaats van minder. De rechtbank oordeelt dat Nederland hiermee artikelverplichtingen uit het Europese mensenrechtenverdrag schendt en zijn eigen burgers op Bonaire discrimineert.

Concreet moet de staat binnen achttien maanden een bindend, hard klimaatdoel vaststellen waarin wordt uitgelegd hoe dit past binnen de 1,5°C-grens van het Klimaatakkoord van Parijs en hoeveel CO2 Nederland in totaal nog mag uitstoten. Daarnaast moet de overheid een plan opstellen om Bonaire vanaf 2030 beter te beschermen tegen hitte, stormen, droogte en overstromingen. De rechter geeft geen exact percentage voor de emissiereductie, maar stelt dat een vrijblijvend “streefdoel” zoals het huidige beleid niet volstaat.

Rechts- en klimaatjuristen noemen het oordeel verregaand. De uitspraak kan het beleid van het volgende kabinet sterk beïnvloeden, omdat Nederland momenteel een niet-bindende doelstelling heeft van 55 procent minder broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990 en het Planbureau voor de Leefomgeving heeft vastgesteld dat de kans om dat doel te halen kleiner is dan vijf procent. Klimaatjurist Tim Bleeker vermoedt dat 55 procent in praktijk het absolute minimum zal zijn dat de rechter accepteert, wat het kabinet dwingt tot ingrijpende maatregelen—waarvoor het Planbureau eerder waarschuwde dat dat gepaard kan gaan met flinke economische offerpunten.

Onderzoeksbureau Kalavasta leverde vorig najaar al een pakket maatregelen waarmee Nederland de 2030-doelen wél vrijwel zeker zou kunnen halen; dat bevat onder meer een krimp van de veestapel met 15 procent, hogere vliegbelastingen, meer subsidies voor verduurzaming en maximaal benutten van windparken op de Noordzee. De rechterelijke eis om binnen anderhalf jaar een bindend doel te formuleren zal zulke ingrepen sneller op de politieke agenda zetten.

Tijdens de uitspraak reageerden medeeisers emotioneel; Jackie Bernabela uit Bonaire zei tranen te hebben en sprak van erkenning en respect: “Wij zijn geen tweederangsburgers meer.” Een woordvoerder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat noemde het vonnis “stevig” en liet weten dat de staat het arrest serieus neemt en gaat bestuderen voordat concrete stappen volgen. De Nederlandse overheid had in de procedure betoogd dat de EU al genoeg doet, en dat Nederland daarom geen aanvullende verplichtingen voor Bonaire hoefde te accepteren—de rechter trok dat standpunt echter niet.

De uitspraak bevestigt en verdiept de juridische trend waarbij rechters staten dwingen sterker klimaatbeleid te voeren en kwetsbare groepen extra te beschermen; de praktische uitvoering en de precieze harde doelen liggen nu bij politiek en kabinet om invulling te geven.