Google stuurt een AI-datacenter de ruimte in, maar het is kleiner dan je denkt
In dit artikel:
Google onderzoekt met Project Suncatcher of AI-rekenkracht naar de ruimte kan worden verplaatst. De eerste test bestaat uit een kleine satelliet, MVP, die volgens planning op 1 oktober met een Falcon 9-raket van SpaceX wordt gelanceerd. Aan boord bevinden zich vier Tensor Processing Units (TPU’s), samen ongeveer zo krachtig als één server. Zonnepanelen leveren circa één kilowatt aan energie.
De satelliet moet ongeveer een jaar eenvoudige AI-opdrachten uitvoeren. Google onderzoekt vooral of de chips bestand zijn tegen kosmische straling, grote temperatuurverschillen en het vacuüm. Straling kan zogenoemde bitflips veroorzaken, waardoor berekeningen misgaan of systemen vastlopen. De chips zijn vooraf getest met hoge stralingsdoses; eventuele fouten wil Google aanvankelijk oplossen door het systeem opnieuw op te starten. Ook koeling is lastig: zonder lucht of water kan de satelliet slechts ongeveer vijftien minuten rekenen voordat afkoeling nodig is.
Ruimtedatacenters zouden vrijwel voortdurend zonne-energie kunnen benutten en geen schaarse grond of aardse elektriciteitsnetten nodig hebben. Daartegenover staan hoge lanceerkosten, moeilijk onderhoud en de uitdaging om grote hoeveelheden data tussen satellieten en de aarde te versturen. Google verwacht daarom dat een volwaardig ruimtedatacenter nog jaren op zich laat wachten. De eerste proef moet vooral technische obstakels blootleggen, waarna grotere prototypes en uiteindelijk groepen satellieten kunnen volgen.
Vandaag Inside: Johan Derksen open over huiselijk geweld: ‘Ik lag te bidden dat m’n vader m’n moeder niet zou slaan’