Goedkopere nieuwbouw vooral voor mensen met laag inkomen
In dit artikel:
Tussen 2019 en 2024 blijkt uit de analyse dat vrijwel alle nieuwe woningen van woningcorporaties als betaalbaar worden aangemerkt (ongeveer 91–95% per jaar). Bij nieuwbouw in particuliere verhuur ligt dat aandeel rond de helft (47–55%) en bij koopwoningen onder een derde (21–32%).
Een zeer klein deel van de betaalbare nieuwbouwwoningen van corporaties belandt bij huishoudens met hoge inkomens (1–3% per jaar), terwijl bij goedkopere koopwoningen veel vaker hogere inkomens tekenen: 25–35%.
Wie met een laag inkomen in nieuwbouw trekt, komt vooral in een corporatiewoning terecht: in 2024 was dat circa 50%. De rest verdeelt zich vooral over particuliere huur (ongeveer 30%) en koop (ongeveer 20%). Middeninkomens kiezen juist vaker voor nieuw koop: circa 51% koopt, 37% huurt bij een particuliere verhuurder en 12% woont bij een corporatie.
Soms gaan dure nieuwbouwkoopwoningen naar huishoudens met lage inkomens (circa 2.000 woningen per jaar). Vaak zijn dit oudere huishoudens: in de periode 2019–2024 had 31–44% van die gevallen een 65-plusser als hoofdkostwinner. Die lage inkomens hebben vaak juist een relatief hoog vermogen (doorsnee €330.000–€506.000), twee- tot driemaal hoger dan het vermogen van hoge-inkomenshuishoudens die dure nieuwbouw kopen.
Wie huurt bij een particuliere verhuurder besteedt in verhouding het meeste van het inkomen aan woonlasten (voor hooggeprijsde private huur tot circa 41% in 2024). Nieuwbouwkopers hebben verhoudingsgewijs de laagste woonlasten. Deze bevindingen benadrukken dat woningtype, inkomen en vermogen sterk bepalen wie profijt heeft van nieuwbouw en hoe betaalbaarheid in de praktijk uitpakt.