God alles in allen
In dit artikel:
Augustinus, bisschop van Hippo, reflecteert in dit meditatieve fragment uit De civitate Dei (uitgegeven rond 426, zo’n 1.600 jaar geleden) over de uiteindelijke bestemming van gelovigen. Aan de hand van Jeremia 31:1 beschrijft hij een eeuwige toestand waarin geest en lichaam in harmonie zijn: de wil van de geest zal geen afwijking meer kennen en het lichaam zal dat volledig bevestigen. In die toestand ontbreekt valse lof en vleierij; eer wordt uitsluitend en rechtvaardig toegekend, en alleen wie waardig is wordt toegelaten. Er heerst volmaakte vrede, zonder innerlijke of uiterlijke tegenstrijdigheid. Augustinus benadrukt dat deugd beantwoord wordt met een beloning die van God komt — Hij vervult alle behoeften en begeerten: leven, gezondheid, voorziening, overvloed, heerlijkheid, eer en vrede. Daarbij verwijst hij naar de apostolische gedachte dat God uiteindelijk “alles in allen” zal zijn: Hij is het einddoel van alle verlangen. Het beeld is dat van een eindeloze, onbelemmerde liefde en onuitputtelijke lofzang op God, vrij van walging en vermoeidheid. Dit stuk vormt de afsluiting van een reeks meditatiefragmenten uit zijn werk over de Hemelse stad en de eeuwige hoop.