Gloedvol pakt Anna Enquist het thema van de oude schrijver aan, met veel onderkoelde humor

woensdag, 4 maart 2026 (11:46) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

In haar nieuwe roman zet Anna Enquist (1945) een voormalig beroemde maar inmiddels vergeten schrijfster, Erna Ankersmit, overtuigend in het middelpunt. De recensie plaatst het boek tegen de achtergrond van een recente uitspraak van Julian Barnes over stoppen met schrijven, en keert zich tegen het idee dat creatief werk op hoge leeftijd per se moet ophouden. Enquist pakt dat thema juist gloedvol en mild ironisch aan: Erna blijft schrijven, stoïcijns en soms schijnbaar onverschillig, juist omwille van het schrijven zelf.

De roman wisselt slim tussen derde persoon en ik-vertelling, wat de lezer zowel afstand als nabijheid geeft. Erna houdt innerlijke monologen waarin ze scherp en dwars reflecteert op ouder worden, vriendschap en literaire gewoonten. Zelfmedelijden is afwezig; het boek ademt een laconieke levenshouding — niet klagen maar doorgaan — en toont hoe kleinschalige handelingen het bestaan inkaderen: een deur sluiten, sokken aantrekken, samen eten met een ober die wijnglazen binnenbrengt. Die alledaagsheid krijgt in Enquists stijl humor en diepgang tegelijk.

Rondom Erna cirkelen figuren die de kwetsbaarheid van ouderdom tonen: vrienden met dementie, Parkinson of kanker, en Pauline, Erna’s beste vriendin, wier echtgenoot Kees in een gevorderd stadium van dementie verkeert. Tegen dit decor ontstaat de relatie tussen Erna en Vronie, een jonge thuiszorgmedewerkster die Erna niet kent als ooit beroemd schrijfster maar wel gevoelens ontwikkelt voor de eigenzinnige oude vrouw. Scenes vanuit Vronies blik zetten Erna in een ander licht en versterken het thema van wederzijdse afhankelijkheid en herkenning.

Een belangrijk motief in de roman is de banaliteit van het leven als bron van betekenis; Enquist toont hoe kleine, huiselijke scènes hilarisch en ontroerend kunnen zijn. Tegen het einde ondernemen Erna en Vronie een lange wandeling langs Hadrian’s Wall in Noord-Engeland, een tocht die symbolisch geladen is maar in het boek relatief summier beschreven wordt — iets wat de recensent jammer vindt, omdat de muur en de wandelbeleving mogelijk meer contemplatie hadden opgeleverd.

Al met al presenteert Enquist een vrolijk, ironisch en herkenbaar portret van ouder worden en van het onverminderde verlangen om te blijven schrijven. De toon is opgewekt en scherpzinnig: de roman vermijdt klaagzang en kiest voor een nuchtere liefde voor het alledaagse.