Globalisering oorzaak van 'extreem'links en -rechts

maandag, 22 december 2025 (09:02) - Indepen

In dit artikel:

Sinds de jaren tachtig en negentig heeft globalisering het klassieke politieke landschap drastisch veranderd: economieën raakten verstrengeld met internationale markten, kapitaal en productie verschoof grensoverschrijdend en nationale beleidsrecepten raakten minder doeltreffend. Daardoor vervaagden in veel westerse landen de traditionele links-rechts-tegenstellingen; partijen uit beide kampen verschoven richting het politieke midden en moesten pragmatisch met marktwerking en internationale concurrentie omgaan.

Belangrijke architecten van die verschuiving waren politiek leiders als Bill Clinton (VS) en Tony Blair (VK). In de jaren negentig promootten zij een ‘derde weg’ — een mix van marktgerichte hervormingen en behoud van sociale vormen — met maatregelen zoals vrijhandelsovereenkomsten en privatiseringen. Dat leidde in veel landen, ook Nederland, tot een versterking van neoliberale beleidslijnen en een geleidelijke afbouw van onderdelen van de verzorgingsstaat. In Nederland droegen kabinetsperiodes zoals de paarse regeringen en politici als Wim Kok bij aan het verschuiven van ideologische grenzen; grote partijen als VVD, CDA en D66 kwamen steeds dichter bij elkaar te staan.

Het resultaat was enerzijds economische groei en integratie, maar anderzijds ook toenemende ongelijkheid en kwetsbaarheid: onderzoeken wijzen op sterkere afhankelijkheid van Amerikaanse financiële markten en een groeiende kloof tussen arm en rijk. De samenloop van deregulering, global sourcing en technologische verandering verzwakte traditionele banen en sociale vangnetten, wat politieke onvrede voedde.

Die onvrede manifesteert zich in een krachtmeting aan de uitersten van het politieke spectrum. Zowel extreemlinks als extreemrechts verzetten zich tegen globalisering en supranationale instituties (EU, VN), maar vanuit verschillende motieven: bescherming van nationale industrieën en sociale zekerheid aan de linkerkant; nationalisme en gesloten grenzen aan de rechterkant. Beide flanken delen kritiek op een vermeende machtige elite die onevenredig profiteert van de globaliseringswinsten.

Recentelijk is er een tegenreactie zichtbaar: het ‘America First’-beleid van Donald Trump symboliseert een terugkeer naar economische nationalisme en het ter discussie stellen van vrijhandel. Die koerswisseling vergroot internationale spanningen en binnenlandse protesten, en voorspelt volgens het artikel onrustige jaren waarin strijd tussen een superrijke bovenlaag en ontevreden burgers centraal staat. De gewenste uitkomst zou minder ongecontroleerde globalisering en meer eerlijke welvaartsverdeling vergen—met betere samenwerking tussen machtsblokken zoals EU, VS en China — maar daarvoor zijn volgens de auteur nieuwe soorten leiders nodig die zowel centrum als flanken momenteel missen.