Globale maffia stuurt aan op machtsoverdracht van Amerika naar China
In dit artikel:
Mees Baaijen, auteur van De Roofdieren tegen Het Volk, betoogt dat de huidige Amerikaanse–Israëlische confrontatie met Iran niet losstaat van de rest van de wereldgeschiedenis maar deel uitmaakt van een eeuwenlang doorgevoerd machtsspel om wereldhegemonie te verplaatsen van het Westen naar Oost-Azië. Volgens Baaijen wordt die verschuiving gestuurd door een wereldwijd netwerk van dynastische bankiersfamilies — die hij samenvoegt onder de term “Glafia” — waarin de Rothschilds een centrale coördinerende rol zouden vervullen. Dit netwerk werkt via staten, multinationals, ngo’s en universiteiten als proxy-instrumenten om politieke en militaire ontwikkelingen te dirigeren.
Historisch plaatst Baaijen dit project in meerdere hegemoniale cycli: Spaans, Nederlands, Brits en tenslotte Amerikaans. In de 19e en 20e eeuw zou Glafia de Verenigde Staten voorbereid hebben als zijn Amerikaanse proxy door elites als Morgan en Rockefeller in te zetten. Grote conflicten en revoluties — van de twee wereldoorlogen tot de Koude Oorlog — zien Baaijen niet als spontane historische gebeurtenissen maar als geregisseerde operaties die boemannen creëren om bevolking en regeringen afhankelijk te maken van “bescherming” en militaire, economische en technologische diensten. Dat model (beschermingsfraude of protection racket) genereert enorme markten voor wapens, energie, krediet en nieuwe technologieën, waaronder gezondheidsinterventies zoals coronavaccins.
Iran staat in Baaijens analyse al lange tijd in het middelpunt van zulke machtsinterventies vanwege zijn olie en geopolitieke positie. Hij wijst op de CIA-/MI6-inmenging in 1953 en de rol van de Verenigde Staten bij de revolutie van 1979 als voorbeelden van hoe externe machten regimes kunnen manipuleren. Iran is volgens hem gebruikt als dreiging die Amerikaanse steun en kapitaalstromen naar Israël en defensie-industrie legitimeert. Tegelijkertijd presenteren China en Iran zich in deze lezing als partners: China zou Iran economisch, technologisch en op het gebied van inlichtingen hebben ondersteund, vooral met het oog op het Belt and Road-initiatief en als grote afnemer van Iraanse olie. Baaijen merkt op dat China een nucleaire aanval op Iran expliciet heeft afgeschrikt.
Volgens de auteur zit Glafia niet te wachten op eindeloze oorlogen; het plan is juist om de overgang van een oorlogs- naar een investeringsmodel te forceren, waarbij herstelfinanciering en grootschalige infrastructuurprojecten de nieuwe middelen van controle zijn. Grote private en staatsinvesteerders — waaronder Gulf-staten, China en grote beleggers als BlackRock — zouden de wederopbouw kapitaalkrachtig financieren, in ruil voor integratie van regio’s in een mondiaal digitaal en economisch systeem dat Baaijen karakteriseert als een “digitale gevangenis”: technocratische controle en toezicht die politieke soevereiniteit uithollen.
Als mogelijke uitkomsten schetst hij onder meer het uitschakelen van extremistische hardliners aan beide zijden, geforceerde wederopbouw, en snelle regionale economische groei, maar ook de invoering van streng gecontroleerde digitale samenlevingen. Voor Europa ziet hij kansen op ontkoppeling van de VS — via terugtrekking van bases en hernieuwing van energiebanden met Rusland — wat de Amerikaanse cyclus verder zou ondermijnen.
Belangrijk om te noteren: Baaijens stuk is een interpretatieve en controversiële reconstructie die sterk leunt op het idee van een machtig, doelbewust samenwerkend bankierskartel. Deze visie wijkt af van gangbare academische analyses en bevat beschuldigingen en verbanden die binnen het politieke debat vaak als complottheorieën worden aangemerkt; onafhankelijk bewijs voor veel van de geuite claims ontbreekt of wordt betwist. Desondanks biedt de tekst een samenhangend narratief over hoe economische belangen, geopolitieke machtsverschuivingen en technologische controle volgens de auteur met elkaar verweven zijn.
Het Oranje Café: Wat wil Maurice Steijn gaan doen na zijn vertrek bij Sparta? 'Het liefst...'