Glasvezel in de straat, met overal sprietjes uit de grond, maar nog niet in huis: waarom duurt dat zo lang?
In dit artikel:
In veel Nederlandse steden zijn opvallende glasvezel-sprietjes in stoepen zichtbaar: de kabels liggen er, de straat is dicht, maar de verbinding in huis ontbreekt nog. Glasvezel transporteert data met licht en biedt veel hogere en stabielere snelheden dan het oude kopernet of internet via coax, al hebben experts erop gewezen dat de extreme snelheden voor veel huishoudens niet strikt noodzakelijk zijn. De vraag vanuit consumenten blijft echter groot.
KPN is de grootste aanlegger, gevolgd door Delta Fiber en Open Dutch Fiber; inmiddels ligt er volgens toezichthouder ACM bij zo’n 90% van de woningen glasvezel in de straat (ruim 8,6 miljoen adressen). Daarvan maken tot nu toe zo’n 3,36 miljoen aansluitingen daadwerkelijk gebruik van het netwerk.
Het belangrijkste knelpunt is de zogenoemde laatste stap: het aansluiten in de woning en meterkast. Graven en het leggen van de kabel in de straat verloopt vaak snel en planbaar, maar binnenwerk bij woningen — vooral in hoogbouw — is complex door Verenigingen van Eigenaren, moeilijk bereikbare bewoners en doorvoer via meerdere panden. Daardoor kunnen bewoners weken tot maanden wachten voordat de prikker in huis gezet wordt; uiteindelijk worden ongebruikte sprietjes weer onder de stoep weggewerkt.
Aanbieders proberen te versnellen. KPN zegt dagelijks ongeveer 1.500 huizen aan te sluiten en investeert nu in meer monteurs, eigen teams, betere coördinatie met aannemers en digitale planningstools. Volgens het bedrijf is het doel om “de wachttijden terug te brengen van maanden naar enkele weken.”