GL-PvdA heeft na het vertrek van Frans Timmermans totaal geen bestuurlijke ervaring meer
In dit artikel:
Op lokaal niveau werken GroenLinks en VVD regelmatig samen, maar landelijk is die combinatie veel fragieler dan de publieke verbeelding — ook al blijkt uit een recente EenVandaag-peiling dat 96% van de GL‑PvdA-stemmers een coalitie met de VVD niet uitsluit. De auteur, werkzaam als headhunter, betwijfelt echter of zo’n verbond op rijksniveau realistisch of wenselijk is.
Belangrijkste problemen volgens de tekst: inhoudelijke afstand (o.a. migratie- en Israëlbeleid) én een gebrek aan bestuurlijke ervaring bij het landelijke GL‑PvdA. Waar vroeger politici als Dijsselbloem, Bos, Samsom en Asscher ervaring in regeren of grote organisaties meebrachten, is die generatie verdwenen sinds het vertrek van Frans Timmermans. Dat vergroot het risico dat onervaren politici worden "geparachuteerd" in ministersposten zonder de benodigde uitvoeringskracht en verbindende vaardigheden — iets wat in het vorige kabinet (volgens de schrijver) tot teleurstellingen heeft geleid.
De auteur noemt voorbeelden van politieke leiders met bewezen leervermogen en bestuurlijke capaciteiten: Rob Jetten en Dilan Yesilgöz (beiden ex-ministers) en Henri Bontenbal (die interne verhoudingen binnen zijn partij wist te verenigen). Ook JA21 heeft relatief meer bestuurservaring dan het huidige GL‑PvdA, maar zou vanwege haar omvang waarschijnlijk slechts een beperkt aantal ministersposten kunnen leveren.
Conclusie en voorstel: D66, VVD en CDA zouden de ruggengraat van een kabinet moeten vormen; het is verstandiger dat deze drie partijen het in eerste instantie samen proberen, eventueel aangevuld met een of twee kleine partijen zonder sleutelministeries, of als minderheidskabinet met gedoogsteun van kleine christelijke partijen en mogelijk BBB. Volgens de schrijver zou zo’n stabiele, centrum‑rechtse formatie het land beter dienen en acht jaar regeringscontinuïteit kunnen bieden dan een breed middenkabinet met een politiek onervaren GL‑PvdA.