Gifkikker leert zijn jong zelf zwemmen
In dit artikel:
De slechts 24 mm grote aardbeigifkikker uit de regenwouden van Midden- en Zuid-Amerika wijkt sterk af van de meeste Europese kikkers in haar voortplantingsgedrag. In plaats van eitjes direct in water te leggen, kiest dit diertje een droge plek – vaak aan het uiteinde van een blad – waar het vrouwtje drie tot vijf eieren afgeeft. Het mannetje verdedigt vooraf een zeer klein territorium (circa 2,5 m²) soms met felle gevechten, roept luid om een partner te lokken en houdt de eieren vervolgens zeven tot twaalf dagen vochtig totdat ze uitkomen.
Na het uitkomen neemt de moeder de zorg over: ze draagt elk kikkervisje op haar rug en zoekt een passend mini‑poeltje, meestal een met regenwater gevulde bladoksel van een bromelia. Ze plaatst steeds maar één jong per poeltje om kannibalisme te voorkomen en onthoudt precies waar elk visje ligt. Vervolgens bezoekt ze gedurende zes tot acht weken dagelijks haar kroost en voedt de jonge kikkertjes met onbevruchte eitjes totdat ze volledig gemetamorfoseerd zijn en zelfstandig kunnen rondhuppelen.
Deze levenswijze hangt samen met het constante warme, vochtige klimaat van het regenwoud, waardoor voortplanting niet seizoensgebonden hoeft te zijn. De naam “gifkikker” verwijst naar hun giftigheid: door het eten van mieren nemen ze zuren in hun huid op, wat hen beschermt tegen predatie en door inheemse jagers soms op pijlpuntgif gebruikt wordt.