Gierzwaluwen scheren door hartje Nijmegen
In dit artikel:
Stadsvogels zijn allesbehalve saai, mits je weet waar en wanneer je moet kijken. Vogelbescherming zet zich in voor meer natuur in steden en dorpen en ontwikkelde eind 2025 de site vogelrijkestad.nl om gemeenten te helpen bij plantenkeuze die vogels voedsel, schuilplaatsen en nestplekken bieden. Daarnaast werken bijna 30 vrijwillige Stadvogeladviseurs zoals Jochem Kühnen in Nijmegen en omliggende dorpen aan gerichte bescherming en behoud van nestplaatsen.
Kühnen, al meer dan twintig jaar betrokken bij gierzwaluwen, houdt renovaties en bouwprojecten in de gaten om te voorkomen dat nestplekken verloren gaan. Hij schakelt vroegtijdig met projectontwikkelaars en architecten om permanente nestgelegenheid in ontwerpen op te nemen en adviseert over kunstnesten als compensatie. Die aanpak leverde in Nijmegen al meer dan 300 extra gierzwalwnesten op.
Tijdens een wandeling door het Nijmeegse centrum zijn zowel algemene stadssoorten te zien — stadsduiven, huismussen, kauwen, kokmeeuwen en diverse mezen — als wat minder alledaagse gasten: een slechtvalk in de toren van de Sint Steven en een zwarte roodstaart op een gevel. De echte blikvangers blijven echter de gierzwaluwen. Zoals Kühnen zegt: “Gierzwaluwen kunnen ronduit spectaculair zijn om te bekijken.” Ze zijn het beste te zien tussen eind april en eind juli; de zichtbaarheid piekt rond half juni wanneer jonge vogels arriveren en opnieuw rond half tot eind juli als jongen uit de nestopeningen kijken. De momenten twee uur voor zonsondergang bieden het meest spectaculaire schouwspel, wanneer groepen vogels door stadstraten razen.
Kortom: met gerichte maatregelen, vroegtijdig bouwadvies en aandachtige observatie blijkt de stad een verrassend rijke plek voor vogels — en voor bijzondere natuurervaringen binnen de bebouwde kom.
De Oranjezomer: Leontien van Moorsel uit zorgen over Tour de France: 'Dit is niet verantwoord'