Gideon van Meijeren: er is een elite die wel degelijk openlijk aan het streven is naar een Nieuwe Wereldorde
In dit artikel:
Recente onthullingen uit de zogenoemde "Epstein Files" zijn door FVD-Kamerlid Gideon van Meijeren aangehaald in blckbx today om te waarschuwen voor ondoorzichtige machtsnetwerken. Volgens de documenten zou WEF-ceo Børge Brende e-mailcontact hebben gehad met Jeffrey Epstein over ideeën voor een “nieuwe mondiale architectuur”, zelfs met voorstellen om de Verenigde Naties te vervangen door het World Economic Forum. Van Meijeren gebruikt die correspondentie om te betogen dat er achter de schermen méér wordt beraamd dan het WEF publiekelijk als neutraal platform voorstelt.
Hij voert aan dat het WEF wél een inhoudelijke agenda voert en intensief participeert in beleidsdiscussies, en dat grote delen van middelen naar lobbywerk zouden gaan in plaats van alleen naar conferenties. Als voorbeeld noemt hij gesprekken tussen WEF, Europese beleidsmakers en commerciële partijen zoals Mastercard rond de invoering van een digitaal paspoort. Zulke trajecten zouden onvoldoende open zijn en grotendeels buiten parlementaire controle plaatsvinden.
Een kernvraag in het betoog is waarom Epstein, formeel een privépersoon, toegang had tot topkringen in politiek, financiën, koningshuizen en technologie. Van Meijeren wijst op Ghislaine Maxwell als sleutel die Epstein toegang gaf tot internationale elites en suggereert dat dit netwerk gebruikt kon zijn om mensen chantabel te maken; er worden ook verwijzingen naar mogelijke connecties met inlichtingendiensten genoemd. Nieuwe stukken verwijzen bovendien naar plannen voor een zogenaamde "babyfabriek" op een ranch in New Mexico, waarnaar nu onderzoek loopt.
Van Meijeren spreekt over een zogenaamde “diepere macht” of schaduwmacht waarin beleid wordt voorbereid zonder notulen, openbaarheid of directe verantwoording. In zijn ogen worden zorgen hierover te vaak afgedaan als complottheorieën; pogingen een debat in de Tweede Kamer te openen kregen geen steun. Hij pleit daarom voor meer publieke bewustwording, strengere transparantie van internationale samenwerkingsverbanden en betere democratische controle om vertrouwen in instituties te herstellen.