GGD Den Haag werkt mee aan baanbrekend onderzoek naar immuniteit apenpokken
In dit artikel:
Vorige zomer kwam minister Fleur Agema onder vuur te liggen omdat zij weigerde mpox‑vaccins aan Congo te schenken; ze noemde de middelen zeldzaam en duur. Inmiddels loopt bij de GGD Haaglanden en academische partners baanbrekend onderzoek naar of veel lagere boosterdoses toch voldoende bescherming geven, wat de schaarste zou kunnen verkleinen.
Mpox (apenpokken) wordt via seksueel of huid-op-huidcontact overgedragen; in Nederland vormen mannen die seks hebben met mannen en transpersonen de grootste risicogroep. Dankzij gedrag en vaccinaties zijn de aantallen sinds de uitbraak van 2022 vrijwel verdwenen, maar onderzoekers waarschuwen dat een nieuwe variant in meerdere Afrikaanse landen kinderen en ouderen treft en dat internationaal hernieuwde uitbraken mogelijk zijn.
Het onderzoeksproject vraagt mensen die minimaal twee eerdere mpox-vaccinaties hebben gekregen en jonger zijn dan 50 jaar zich aan te melden; deelnemers wonen in de regio’s Den Haag, Amsterdam, Leiden, Gouda of Rotterdam. Tot nu toe hebben 69 mensen zich gemeld; het doel is 220 deelnemers. De studie, onder leiding van prof. Leo Visser (LUMC) met medewerking van RIVM en Erasmus MC, vergelijkt een reguliere booster met een veel lagere dosis Imvanex (Bavarian Nordic). Deelnemers worden geloot, melden bijwerkingen via een app en ondergaan bloedonderzoek om immuunreacties te meten.
Als een vijfde van de gebruikelijke dosis vergelijkbare immuniteit oplevert, zou met dezelfde hoeveelheid vaccins veel meer mensen kunnen worden geboost — een belangrijke uitkomst gezien de beperkte wereldwijde voorraad en de kosten voor ontwikkelingslanden. Dose‑sparingstrategieën worden al bij andere vaccins onderzocht en zouden ook de bijwerkingen kunnen verminderen.