Gezondheidsraad stuurt aan op minder vlees, kabinet wacht af

vrijdag, 16 januari 2026 (10:57) - NieuwRechts.nl

In dit artikel:

De Gezondheidsraad adviseert Nederlanders minder rood vlees te eten en vaker plantaardige eiwitten te kiezen: maximaal 200 gram rood vlees per week, meer peulvruchten (250 g per week), dagelijks 15–30 g noten en een grotere variatie in eiwitbronnen. Dit recent gepubliceerde advies, gebaseerd op een brede evaluatie van wetenschappelijke literatuur, stelt dat een voedingspatroon met ongeveer 60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten het risico op chronische ziekten kan verlagen en tegelijk de milieu-impact van eten vermindert — mits mensen voldoende variëren om tekorten aan eiwitten of essentiële aminozuren te voorkomen.

Het advies leidde tot Kamervragen over gezondheid, keuzevrijheid, wetenschap en mogelijke ideologische beïnvloeding. Staatssecretaris Maarten Tielen (VWS) benadrukt in haar antwoorden op die vragen dat de richtlijnen bedoeld zijn als advies, geen verplichting: de limiet van 200 g rood vlees per week staat al langer en blijft ongewijzigd. Beleidskeuzes laat zij over aan het nieuwe kabinet; het kabinet neemt nu geen concrete maatregelen en vertaalt de oproep voor “krachtig overheidsbeleid” niet meteen in acties.

Tielen erkent dat dierlijke eiwitten doorgaans beter worden opgenomen, maar benadrukt dat Nederlanders ruim voldoende eiwitten binnenkrijgen en dat zowel plantaardige als dierlijke producten voedzaam kunnen zijn afhankelijk van samenstelling en porties. De raad raadt specifiek meer peulvruchten, noten en variatie aan; pinda’s blijven acceptabel binnen de huidige adviezen ondanks de aanwezigheid van mogelijke anti-nutriënten, mits consumptie gevarieerd is.

Op de zorg over belangenverstrengeling reageert Tielen dat de Gezondheidsraad strikte regels hanteert: openbare belangenverklaringen en een publieke commentaarronde maakten mogelijke invloeden inzichtelijk. Verder benadrukt zij dat accijnzen niet worden ingezet op voedsel (alleen op tabak en alcohol) en dat mogelijke gevolgen voor Nederlandse boeren pas onderzocht worden als er daadwerkelijk beleid wordt ontwikkeld. De richtlijnen wegen gezondheid als hoofdcriterium, met milieu als aanvullend aandachtspunt voor toekomstige voedselzekerheid.