Gezondheid Nederlanders - en Europeanen - holt achteruit

dinsdag, 17 maart 2026 (07:48) - Indepen

In dit artikel:

Op 5 maart 2026 publiceerde het CBS een rapport over de fysieke en psychische gezondheid van Nederlanders (gegevensjaar 2024) waaruit een duidelijke verslechtering blijkt. Belangrijkste cijfers: 36% van alle 12-plussers rapporteert een minder goede fysieke gezondheid en 18% een minder goede psychische gezondheid. Tussen 2001 en 2024 is het aandeel mensen met slechte fysieke en mentale gezondheid toegenomen; de fysieke achteruitgang is vooral zichtbaar bij 25–65‑jarigen, de mentale bij 18–45‑jarigen. Ook nam het aandeel dat zijn gezondheid als goed beoordeelt af en nam somberheid toe.

Het rapport leidde in de tweede week van maart tot commentaar uit zorg, media en het bedrijfsleven. KRO‑NCRV en MKB‑Nederland wezen op de rol van werkgevers: verzuim en gezondheidsklachten beperken mensen ook in hun werk, werkgevers zouden meer kunnen doen om gezondheid te bevorderen. Huisarts Aard Verdaasdonk signaleert in de spreekkamer meer ongelukkigheid en benadrukt dat gezond eten en bewegen niet genoeg zijn; welzijn, geluk en veerkracht zijn essentieel. Uit aanvullend onderzoek door het Trimbos‑instituut blijkt bovendien dat psychische aandoeningen wijdverbreid zijn: bijna de helft van de volwassenen (18–75 jaar) heeft ooit één of meer psychische stoornissen gehad; stemmings‑ en angststoornissen treffen elk ruim een kwart; 17% krijgt ooit te maken met middelenproblemen; in het afgelopen jaar had circa 26% één of meer psychische aandoeningen (ongeveer 3,3 miljoen volwassenen).

De analyse in het artikel plaatst deze nationale trend in Europees perspectief en legt de nadruk op politieke oorzaken. De auteur verwijst naar academisch onderzoek en economische analyses (onder meer Bruegel/IMF‑gegevens) waaruit zou blijken dat de EU sinds 2001 geen brede welvaartsstijging heeft gebracht, maar eerder economische stagnatie en groeiende bureaucratie. Volgens deze stelling hebben beleidskeuzes en crises sinds 2008 (onvoldoende politieke respons) bijgedragen aan mentale en fysieke gezondheidsschade. Genoemde mechanismen zijn onder meer: werkloosheid, bezuinigingsbeleid (austerity), dalend vertrouwen in instituties, druk op publieke voorzieningen, monetaire beleidskeuzes van de ECB (lage rente, geldcreatie) met teloorgang van spaarrendement, toenemende ongelijkheid, sociale isolatie, economische onzekerheid, vertraagde groei, energiecrisis en inflatie.

Psychologisch en epidemiologisch onderzoek (waaronder studies in The Lancet) ondersteunt het idee dat langdurige economische en politieke onzekerheid cumulatieve schade toebrengt aan welzijn en lichamelijke gezondheid: verlies van toekomstperspectief vermindert veerkracht en verhoogt stress, wat weer gezondheid schaadt. De auteur is sceptisch over recente EU‑voorstellen zoals een grootschalig investeringsvoorstel of een omvangrijke meerjarige EU‑begroting en waarschuwt dat een Nederlandse regering die routinematig het EU‑narratief volgt en bijvoorbeeld hervormingen aan de AOW doorvoert, het probleem niet oplost en mogelijk verergert.

Kortom: het CBS signaleert groeiende fysieke en mentale gezondheidsproblemen in Nederland; maatschappelijke actoren wijzen deels naar werkgevers, maar een brede literaire en economische lezing legt verantwoordelijkheid ook bij decennia van politieke keuzes op nationaal en Europees niveau die economische onzekerheid en maatschappelijke stress hebben versterkt.